Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Gemeenschappelijke maatregelen voor de bescherming van wilde dier- en plantesoorten

Onderdeel van Protocol betreffende speciaal beschermde gebieden en wilde dieren en planten bij het Verdrag inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caraïbisch gebied· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 17 juni 2000

1. De Partijen nemen gemeenschappelijke maatregelen aan ten behoeve van de bescherming en het herstel van uitstervende of bedreigde dier- en plantesoorten opgenomen in de lijsten in de Bijlagen I, II en III bij dit Protocol. De Partijen nemen alle passende maatregelen aan om toe te zien op de bescherming en het herstel van plantesoorten opgenomen in de lijsten in Bijlage I. Daartoe verbiedt elke Partij alle vormen van vernietiging of verstoring, met inbegrip van het plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of in bezit hebben, dan wel het verhandelen van die soorten en zaden, delen of produkten daarvan. Zij reguleren, voor zover mogelijk, alle activiteiten die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de leefmilieus van de soorten. Elke Partij ziet toe op de totale bescherming en het herstel van de diersoorten opgenomen in de lijsten in Bijlage II door te verbieden: het vangen, in bezit hebben of doden van (met inbegrip, voor zover mogelijk, van het bij toeval vangen, in bezit hebben of doden) dan wel verhandelen van die soorten en eieren, delen of produkten daarvan; voor zover mogelijk, het verstoren van die soorten, met name gedurende de voortplantings-, broed-, overwinterings- of trektijd, alsmede andere perioden van biologische onrust. Elke Partij neemt passende maatregelen aan ten behoeve van de bescherming en het herstel van de dier- en plantesoorten opgenomen in de lijsten in Bijlage III en kan het gebruik van die soorten reguleren ten einde hun populaties te beschermen en zo goed mogelijk te houden. Ten aanzien van de soorten opgenomen in de lijsten in Bijlage III worden door elke Partij, in samenwerking met andere Partijen, plannen uitgestippeld, aangenomen en uitgevoerd voor het beheer en het gebruik van die soorten, die kunnen omvatten: Voor diersoorten: het verbieden van alle niet-selectieve middelen voor het vangen, doden, jagen en vissen en van alle handelingen die kunnen leiden tot het plaatselijk verdwijnen van een soort of tot ernstige verstoring van zijn rust; het instellen van gesloten jacht- en visseizoenen en andere maatregelen ter instandhouding van hun populaties; het reguleren van het vangen, in bezit hebben, vervoeren of verkopen van levende of dode soorten en eieren, delen of produkten daarvan; Voor plantesoorten, met inbegrip van delen of produkten daarvan, het reguleren van het verzamelen, oogsten en verhandelen ervan. 2. Elke Partij kan met betrekking tot de verboden voorgeschreven tot bescherming en herstel van de soorten opgenomen in de lijsten in de Bijlagen I en II vrijstellingen aannemen voor wetenschaps-, vormings- en beheersdoeleinden die nodig zijn voor het voortbestaan van de soorten of ter voorkoming van aanzienlijke schade aan bossen of gewassen. Deze vrijstellingen mogen geen bedreiging vormen voor de soorten en dienen te worden gemeld aan de Organisatie, opdat de Wetenschappelijke en Technische Raadgevende Commissie de gegrondheid van de verleende vrijstellingen beoordeelt. 3. De Partijen kennen tevens prioriteit toe aan de in de bijlagen vervatte soorten ten behoeve van wetenschappelijk en technisch onderzoek uit hoofde van artikel 17; en aan de in de bijlagen vervatte soorten ten behoeve van de wederzijdse bijstand uit hoofde van artikel 18. 4. De procedure tot wijziging van de bijlagen is als volgt: iedere Partij kan uitstervende of bedreigde dier- of plantesoorten voordragen voor opneming en doorhaling in deze bijlagen en dient via de Organisatie bij de Wetenschappelijke en Technische Raadgevende Commissie tot staving dienende stukken in, met inbegrip van met name de in artikel 19 genoemde gegevens. De voordracht geschiedt in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 21 door de Partijen aangenomen richtlijnen en criteria; de Wetenschappelijke en Technische Raadgevende Commissie beziet en beoordeelt de voordrachten en tot staving dienende stukken en maakt haar standpunten bekend aan de vergaderingen van Partijen, gehouden overeenkomstig artikel 23; de Partijen bezien de voordrachten, tot staving dienende stukken en verslagen van de Wetenschappelijke en Technische Raadgevende Commissie. Een soort wordt, indien mogelijk, door middel van consensus in de lijsten in de bijlagen opgenomen, en anders bij een meerderheid van drie vierde van de aanwezige Partijen die hun stem uitbrengen, ten volle rekening houdend met het advies van de Wetenschappelijke en Technische Raadgevende Commissie dat de voordracht en de tot staving dienende stukken voldoen aan de overeenkomstig artikel 21 vastgestelde gemeenschappelijke richtlijnen en criteria; een Partij kan in de uitoefening van haar soevereiniteit of soevereine rechten een voorbehoud maken ten aanzien van de opneming van een bepaalde soort in een lijst in een bijlage door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris binnen 90 dagen na de stemming van de Partijen. De Depositaris stelt alle Partijen onverwijld in kennis van elk uit hoofde van deze bepaling ontvangen voorbehoud; een opneming in een lijst in de desbetreffende bijlage wordt 90 dagen na de stemming voor alle Partijen van kracht, behalve voor hen die een voorbehoud hebben gemaakt in overeenstemming met de bepaling in letter d van dit artikel; en een Partij kan te allen tijde een eerder voorbehoud ten aanzien van een opneming in een lijst vervangen door een aanvaarding door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris. De aanvaarding wordt daarna voor die Partij van kracht. 5. De Partijen stellen samenwerkingsprogramma's op in het kader van het Verdrag en het Actieplan ten behoeve van het beheer en het behoud van beschermde soorten en ontwikkelen regionale herstelprogramma's voor beschermde soorten in het Caribisch gebied, en voeren deze uit, ten volle rekening houdend met andere bestaande regionale maatregelen tot behoud die voor het beheer van die soorten van belang zijn. De Organisatie verleent bijstand bij de opstelling en uitvoering van deze regionale herstelprogramma's.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel