Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Instelling van beschermde gebieden

Onderdeel van Protocol betreffende speciaal beschermde gebieden en wilde dieren en planten bij het Verdrag inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caraïbisch gebied· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 17 juni 2000

1. Elke Partij stelt, wanneer nodig, in de gebieden waarover zij soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht uitoefent beschermde gebieden in, ten einde de natuurlijke rijkdommen van het Caribisch gebied in stand te houden en ecologisch verantwoord en gepast gebruik, begrip en genot van deze gebieden aan te moedigen, in overeenstemming met de doelstellingen en kenmerken van elk daarvan. 2. Dergelijke gebieden worden ingesteld ten behoeve van het behoud, de handhaving en het herstel van met name: representatieve typen kust- en zee-ecosystemen die groot genoeg zijn om hun levensvatbaarheid op de lange termijn te waarborgen en de biologische en genetische verscheidenheid te handhaven; leefmilieus en de daarmee samenhangende ecosystemen die essentieel zijn voor het voortbestaan en het herstel van uitstervende, bedreigde of inheemse dier- en plantesoorten; de produktiviteit van ecosystemen en natuurlijke rijkdommen die economische of sociale voordelen bieden en waarvan het welzijn van de plaatselijke bewoners afhangt; en gebieden van bijzondere biologische, ecologische, educatieve, wetenschappelijke, historische, culturele, recreatieve, archeologische, esthetische of economische waarde, met inbegrip van met name gebieden waarvan de ecologische en biologische processen essentieel zijn voor het functioneren van de ecosystemen in het Caribisch gebied.

Rechtspraak bij dit artikel