Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Samenwerkingsprogramma voor en opstelling van een lijst van beschermde gebieden

Onderdeel van Protocol betreffende speciaal beschermde gebieden en wilde dieren en planten bij het Verdrag inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caraïbisch gebied· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 17 juni 2000

1. De Partijen brengen samenwerkingsprogramma's tot stand binnen het kader van het Verdrag en het Actieplan en in overeenstemming met hun soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht, ter bevordering van de doelstellingen van dit Protocol. 2. Een samenwerkingsprogramma wordt tot stand gebracht ter ondersteuning van de opstelling van een lijst van beschermde gebieden en ten behoeve van de keuze, de instelling, de planning, het beheer en het behoud van beschermde gebieden, en het scheppen van een netwerk van beschermde gebieden. Daartoe stellen de Partijen een lijst van beschermde gebieden op. De Partijen: erkennen het bijzondere belang van in de lijst opgenomen gebieden voor het Caribisch gebied; kennen prioriteit toe aan in de lijst opgenomen gebieden voor wetenschappelijk en technisch onderzoek uit hoofde van artikel 17; kennen prioriteit toe aan in de lijst opgenomen gebieden voor wederzijdse bijstand uit hoofde van artikel 18; en verlenen geen machtiging voor en gaan niet over tot activiteiten die afbreuk doen aan de doelstellingen waarvoor een in de lijst opgenomen gebied werd ingesteld. 3. De procedure voor de opstelling van deze lijst van beschermde gebieden is als volgt: De Partij die soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht over een beschermd gebied uitoefent, draagt het voor voor opneming in de lijst van beschermde gebieden. De voordracht geschiedt in overeenstemming met de richtlijnen en criteria betreffende de kenschetsing, de keuze, de instelling, het beheer, de bescherming en enige andere aangelegenheid, door de Partijen aangenomen uit hoofde van artikel 21. Elke Partij die een voordracht doet, verstrekt via de Organisatie aan de Wetenschappelijke en Technische Raadgevende Commissie de nodige tot staving dienende stukken, met inbegrip van met name de in artikel 19, tweede lid, genoemde gegevens; Nadat de Wetenschappelijke en Technische Raadgevende Commissie de voordracht en de tot staving dienende stukken heeft beoordeeld, brengt zij de Organisatie ervan op de hoogte of aan de uit hoofde van artikel 21 vastgestelde richtlijnen en criteria is voldaan. Indien aan deze richtlijnen en criteria is voldaan brengt de Organisatie de Vergadering van Verdragsluitende Partijen op de hoogte, die het voorgedragen gebied in de lijst van beschermde gebieden opneemt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel