Elk van de Verdragsluitende Partijen kan te allen tijde om overleg verzoeken teneinde wijzigingen van dit Verdrag of van het routeschema of vragen met betrekking tot de uitlegging te bespreken. Hetzelfde geldt voor besprekingen inzake de toepassing van dit Verdrag, indien een van de Verdragsluitende Partijen van mening is dat een gedachtenwisseling in de zin van artikel 16 van dit Verdrag niet tot bevredigende resultaten heeft geleid. Dergelijk overleg begint binnen twee maanden na de datum van ontvangst door de andere Verdragsluitende Partij van een dergelijk verzoek.