Naar hoofdinhoud
1. Indien een meningsverschil inzake de uitlegging of toepassing van dit Verdrag niet kan worden beslecht in overeenstemming met artikel 17 van dit Verdrag, wordt het op verzoek van een van de Verdragsluitende Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht. 2. Een dergelijk scheidsgerecht wordt als volgt ad hoc samengesteld: elke Verdragsluitende Partij benoemt een lid en deze twee leden bereiken tezamen overeenstemming over een onderdaan van een derde staat als hun voorzitter die dient te worden benoemd door de regeringen van de Verdragsluitende Partijen. Deze leden worden binnen twee maanden en de voorzitter wordt binnen drie maanden benoemd na de datum waarop een van de Verdragsluitende Partijen de andere Verdragsluitende Partij in kennis heeft gesteld van haar voornemen het geschil voor te leggen aan een scheidsgerecht. 3. Indien de termijnen genoemd in het tweede lid niet in acht worden genomen, kan elk der Verdragsluitende Partijen, indien een andere regeling ter zake ontbreekt, de Voorzitter van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie verzoeken de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Voorzitter een onderdaan is van een der Verdragsluitende Partijen of indien hij anderszins verhinderd is deze functie uit te oefenen, dient de Vice-Voorzitter die hem vervangt de noodzakelijke benoemingen te verrichten. 4. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen. Deze beslissing is bindend voor beide Verdragsluitende Partijen. Elke Verdragsluitende Partij draagt de kosten van haar eigen lid, alsmede die van haar vertegenwoordiging tijdens de arbitrageprocedure; de kosten van de voorzitter en alle overige kosten worden gelijkelijk gedragen door de Verdragsluitende Partijen. In alle overige opzichten stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedureregels vast.

Rechtspraak bij dit artikel