Naar hoofdinhoud
1. De Verdragsluitende Partijen komen overeen zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is met elkaar te overleggen in het geval van een crisis in de voorziening. 2. De Verdragsluitende Partijen komen op verzoek van een van hen overeen met elkaar te overleggen teneinde: moeilijkheden die zijn gerezen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag op te lossen; of bepalingen van dit Verdrag te wijzigen, in welk geval het overleg in ieder geval uiterlijk zestig dagen na ontvangst van het verzoek dient aan te vangen.

Rechtspraak bij dit artikel