**1.** Wanneer een entiteit om toestemming verzoekt in het kader van dit Verdrag voorraden aan te houden in omstandigheden waarin zij niet de eigenaar van deze voorraden zal zijn, geeft de bevoegde autoriteit van Nederland geen toestemming voor het aanhouden van de desbetreffende voorraden in het kader van dit Verdrag tenzij:
de entiteit die de voorraden namens de aanvrager aanhoudt een entiteit is die valt onder de rechtsmacht van Nederland voor zover het de wettelijke bevoegdheid van Nederland om het bestaan van die voorraden te controleren en te verifiëren betreft;
de voorraden zullen worden aangehouden uit hoofde van een schriftelijke overeenkomst tussen de entiteit met de voorraadverplichting en de entiteit die namens haar de voorraden aanhoudt („de overeenkomst”) die van kracht blijft gedurende de periode waarvoor om toestemming is verzocht;
de entiteit met de voorraadverplichting contractueel het recht heeft deze voorraden gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst te verwerven en de wijze waarop de prijs van een dergelijke aankoop wordt bepaald, in de overeenkomst is vastgelegd;
de feitelijke beschikbaarheid van de voorraden voor de entiteit met de voorraadverplichting gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst gewaarborgd is.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Nieuw-Zeeland inzake het aanhouden van voorraden ruwe aardolie, aardolieproducten en onverwerkte oliën· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2009