Naar hoofdinhoud
1. De gevonniste persoon kan overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, slechts onder de navolgende voorwaarden worden overgebracht: indien hij of zij onderdaan is van de Staat van tenuitvoerlegging; indien het vonnis onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar is; indien de gevonniste persoon, op het tijdstip van ontvangst van het verzoek om overbrenging, nog ten minste een jaar van de veroordeling moet ondergaan; indien het handelen of nalaten op grond waarvan de veroordeling werd uitgesproken een strafbaar feit oplevert naar het recht van de Staat van tenuitvoerlegging of een strafbaar feit zou opleveren indien dit op zijn grondgebied zou zijn gepleegd; indien de gevonniste persoon instemt met de overbrenging, behoudens het bepaalde in artikel 14, tweede lid, en indien de Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging instemmen met de overbrenging. 2. In uitzonderingsgevallen kunnen de Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging zich akkoord verklaren met een overbrenging zelfs wanneer de duur van het alsnog door de gevonniste persoon te ondergane gedeelte van de veroordeling minder is dan dat vermeld in het eerste lid, onderdeel c.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel