Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Documentatie

Onderdeel van Verdrag tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap inzake de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

1. Indien de tenuitvoerlegging wordt verzocht door de Staat van veroordeling, dient het verzoek vergezeld te gaan van: een gewaarmerkt afschrift van de rechterlijke beslissing; de tekst van de toegepaste wettelijke bepalingen; een verklaring waaruit de duur blijkt van de ondergane voorlopige hechtenis of van het gedeelte van de veroordeling dat eventueel reeds is tenuitvoergelegd, en waarin elke andere voor de tenuitvoerlegging van de veroordeling belangrijke omstandigheid is vermeld. 2. In alle gevallen dient het verzoek vergezeld te gaan van inlichtingen die de aangezochte Staat in staat stellen een beslissing te nemen over het al of niet aanvaarden van de overdracht van de tenuitvoerlegging van de veroordeling. 3. De Staat van tenuitvoerlegging kan, met het oog op het doen van een verzoek om tenuitvoerlegging, verzoeken een of meer van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde stukken toe te zenden. 4. Indien de aangezochte Staat van oordeel is dat de door de verzoekende Staat verstrekte inlichtingen onvoldoende zijn om hem in staat te stellen aan dit Verdrag toepassing te geven, verzoekt deze om de noodzakelijke aanvullende inlichtingen. Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 2009/38. In de verhouding tussen het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland) en Duitsland.

Rechtspraak bij dit artikel