Naar hoofdinhoud
1. Het bewijs dat is voldaan aan de in artikelen 3 en 4 vermelde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat kan worden geleverd door middel van de navolgende bewijsmiddelen: geldige visa of verblijfstitels afgegeven door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij; visa of verblijfstitels afgegeven door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij, waarvan de geldigheidsduur niet langer dan één jaar is verstreken; inreis-/uitreisstempels of soortgelijke aantekeningen in het reisdocument van de betrokkene waaruit diens binnenkomst of het verblijf op het grondgebied van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij blijkt of waarmee zijn binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij vanuit het grondgebied van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij kan worden aangetoond (reisroute); door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij op naam afgegeven documenten (bijvoorbeeld: rijbewijs, legitimatiebewijs); documenten van de burgerlijke stand of een inschrijving op het grondgebied van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij (reisdocument, identiteitskaart en overige); kopieën van de onder de punten (1) tot en met (5) genoemde documenten. Bovengenoemde bewijsmiddelen worden tussen de Overeenkomstsluitende Partijen zonder verdere formaliteiten erkend. 2. Een begin van bewijs dat is voldaan aan de in de artikelen 3 en 4 genoemde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat kan worden geleverd door middel van de navolgende bewijsmiddelen: op naam gestelde reisbiljetten, bescheiden of facturen indien daaruit de binnenkomst of het verblijf van de betrokkene op het grondgebied van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij blijkt, of waarmee zijn binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij vanuit het grondgebied van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij kan worden aangetoond (bijvoorbeeld: hotelrekeningen, afspraakkaarten voor bezoek aan arts/tandarts, toegangsbewijzen voor openbare/particuliere instellingen, passagierslijsten voor vlieg- of bootreizen); inlichtingen waaruit blijkt dat de betrokkene gebruik heeft gemaakt van de diensten van een reisbegeleider of reisbureau; officiële verklaringen van met name met de controle aan de grens van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij belaste ambtenaren en andere functionarissen die kunnen getuigen dat betrokkene de grens van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft overschreden; officiële verklaringen van ambtenaren over de aanwezigheid van de betrokkene op het grondgebied van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij; sedert meer dan één jaar verlopen verblijfstitel, afgegeven door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij; op schrift gestelde verklaring waarin de plaats en omstandigheden worden beschreven waaronder de betrokkene na binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is onderschept; inlichtingen die door een internationale organisatie zijn verstrekt met betrekking tot de identiteit en het verblijf van de betrokkene op het grondgebied van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij of van diens reisroute van het grondgebied van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij naar dat van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij; door een reisgenoot afgelegde getuigenverklaring; verklaringen van de betrokkene zelf; andere bescheiden (bijvoorbeeld niet op naam gestelde toegangskaartjes) of betrouwbare informatie aan de hand waarvan het verblijf op of de doorreis over het grondgebied van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij aannemelijk gemaakt kan worden. Wanneer dit begin van bewijs is geleverd, nemen de Overeenkomstsluitende Partijen aan dat aan de voorwaarden is voldaan, tenzij de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij het tegendeel kan bewijzen. 3. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt de overgedragen persoon als bedoeld in artikel 3 of 4 over onder dezelfde voorwaarden indien uit later onderzoek komt vast te staan dat deze persoon op het moment van het verlaten van het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet aan de in die artikelen genoemde voorwaarden voldeed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel