**1.** De Algemene Conferentie bestaat uit de vertegenwoordigers van de Lidstaten van de Organisatie. De Regering van iedere Lidstaat benoemt niet meer dan vijf afgevaardigden, die worden gekozen na overleg met de Nationale Commissie, indien deze bestaat, of met instellingen op het gebied van onderwijs, wetenschap en cultuur.
**2.** De Algemene Conferentie bepaalt het beleid en de hoofdlijnen van de werkzaamheden van de Organisatie. Zij neemt besluiten over de programma’s die haar door de Uitvoerende Raad worden voorgelegd.
**3.** De Algemene Conferentie zal, wanneer zij dit wenselijk en in overeenstemming met de door haar te geven richtlijnen acht, internationale conferenties van Staten bijeenroepen inzake onderwijs, de exacte wetenschappen, de geesteswetenschappen en de verspreiding van kennis. Overeenkomstig deze richtlijnen kunnen door de Algemene Conferentie of de Uitvoerende Raad voorts non-gouvernementele conferenties over dezelfde onderwerpen bijeen worden geroepen.
**4.** Bij het aanvaarden van voorstellen die aan de Lidstaten worden voorgelegd, maakt de Algemene Conferentie onderscheid tussen aan de Lidstaten gedane aanbevelingen en hun ter bekrachtiging voorgelegde internationale overeenkomsten. In het eerste geval is een eenvoudige meerderheid van stemmen voldoende; in het laatste geval is een meerderheid van twee derden vereist. Elke Lidstaat legt de aanbevelingen of overeenkomsten binnen een jaar nadat de zitting van de Algemene Conferentie waarop zij werden aangenomen is gesloten voor aan zijn bevoegde organen.
**5.** Met inachtneming van artikel V, lid 6, onder c, brengt de Algemene Conferentie aan de Verenigde Naties advies uit over de aan wetenschap, cultuur en onderwijs gerelateerde aspecten van de vraagstukken die voor de Verenigde Naties van belang zijn, in overeenstemming met de voorwaarden en de werkwijze die de bevoegde autoriteiten van beide organisaties overeenkomen.
**6.** De Algemene Conferentie ontvangt en bestudeert de door de Lidstaten aan de Organisatie toegezonden rapporten inzake de maatregelen die zij hebben genomen naar aanleiding van de in het vierde lid van dit artikel bedoelde aanbevelingen en overeenkomsten, of indien zij daartoe besluit, analytische samenvattingen van deze rapporten.
**7.** De Algemene Conferentie kiest de leden van de Uitvoerende Raad en benoemt, op voordracht van de Uitvoerende Raad, de Directeur-Generaal.
**8.** Elke Lidstaat heeft één stem in de Algemene Conferentie. Besluiten worden genomen met een gewone meerderheid, behalve in gevallen waarin overeenkomstig de bepalingen van dit Statuut of van het reglement van orde van de Algemene Conferentie een meerderheid van twee derden is vereist. Onder meerderheid is te verstaan de meerderheid van de aanwezige Leden die hun stem uitbrengen.
Een Lidstaat heeft geen stemrecht in de Algemene Conferentie indien het totale bedrag van de door die Lidstaat nog te betalen contributie groter is dan de verschuldigde contributie voor het lopende jaar en het onmiddellijk daaraan voorafgaande kalenderjaar.
De Algemene Conferentie kan een dergelijke Lidstaat niettemin tot de stemming toelaten, indien zij zich ervan vergewist heeft dat het uitblijven van de betaling te wijten is aan omstandigheden die buiten de macht van de Lidstaat gelegen zijn.
**9.** De Algemene Conferentie komt eens in de twee jaar in gewone zitting bijeen. Zij kan in buitengewone zitting bijeenkomen, indien zij dit zelf wenst, indien de Uitvoerende Raad haar bijeenroept, of indien ten minste een derde van de Lidstaten daarom verzoekt.
Tijdens iedere zitting bepaalt de Algemene Conferentie de plaats van haar volgende gewone zitting. De plaats van een buitengewone zitting wordt bepaald door de Algemene Conferentie, indien de zitting door haar bijeengeroepen wordt, of in andere gevallen door de Uitvoerende Raad.
**10.** De Algemene Conferentie stelt haar eigen reglement van orde vast. Zij kiest tijdens iedere zitting een voorzitter en andere functionarissen.
**11.** De Algemene Conferentie stelt bijzondere en technische commissies in en andere subsidiaire organen die nodig kunnen zijn voor haar doeleinden.
**12.** De Algemene Conferentie treft maatregelen ten behoeve van de openbaarheid van haar zittingen overeenkomstig de door haar vast te stellen voorschriften.
**13.** De Algemene Conferentie kan, op aanbeveling van de Uitvoerende Raad, en met inachtneming van de bepalingen van haar reglement van orde, met een meerderheid van tweederden besluiten om vertegenwoordigers van internationale organisaties, met name die welke in artikel XI, lid 4 worden bedoeld, uit te nodigen als waarnemers bij bepaalde zittingen van de Algemene Conferentie of van haar commissies.
**14.** Indien de Uitvoerende Raad regelingen inzake overleg met non-gouvernementele of semi-gouvernementele organisaties, als bedoeld in artikel XI, lid 4, heeft goedgekeurd, worden die organisaties uitgenodigd waarnemers te zenden naar de zittingen van de Algemene Conferentie en van haar commissies.
De Engelse tekst van het Statuut is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1946 (G)/336. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1947 (H)/62. Het Statuut wordt voorlopig toegepast per 15 november 1946, zie Stb. 1947 (H)/62. Het Statuut is in werking getreden op 1 januari 1947, zie Trb. 1960/131. Het Statuut is gewijzigd volgens Trb. 1960/131, Trb. 1968/56, Trb. 1973/143 en Trb. 1977/176.
Artikel IV
De Algemene Conferentie
Onderdeel van Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 november 2001