Naar hoofdinhoud

Artikel V

Uitvoerende Raad

Onderdeel van Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 3 november 2001

1. De Uitvoerende Raad wordt gekozen door de Algemene Conferentie en bestaat uit achtenvijftig Lidstaten. De Voorzitter van de Algemene Conferentie heeft ex officio met adviserende stem zitting in de Uitvoerende Raad. De gekozen Lidstaten van de Uitvoerende Raad worden hierna aangeduid als „Leden” van de Uitvoerende Raad. 2. Elk Lid van de Uitvoerende Raad benoemt een vertegenwoordiger. Het mag tevens plaatsvervangers benoemen. Bij de keuze van zijn vertegenwoordiger in de Uitvoerende Raad streeft het Lid ernaar een persoon te benoemen die deskundig is op een of meer gebieden die tot het werkterrein van UNESCO behoren en beschikken over de nodige ervaring en vaardigheden voor het vervullen van de administratieve en bestuurlijke taken van de Raad. Indachtig het belang van de continuïteit wordt elke vertegenwoordiger benoemd voor de volledige termijn van het Lid van de Uitvoerende Raad, tenzij uitzonderlijke omstandigheden nopen tot vervanging. De door elk Lid van de Uitvoerende Raad benoemde plaatsvervangers nemen bij afwezigheid van de vertegenwoordiger al diens taken waar. 3. Bij de verkiezing van de Leden voor de Uitvoerende Raad, houdt de Algemene Conferentie rekening met de verscheidenheid van culturen en een gelijkmatige geografische spreiding. 4. De Leden van de Uitvoerende Raad zijn in functie vanaf de sluiting van de zitting van de Algemene Conferentie waarop zij werden gekozen tot de sluiting van de tweede gewone zitting van de Algemene Conferentie die volgt op hun verkiezing. De Algemene Conferentie kiest tijdens iedere gewone zitting het aantal Leden van de Uitvoerende Raad dat nodig is om de aan het eind van de zitting ontstane zetels op te vullen. De Leden van de Uitvoerende Raad kunnen worden herkozen. Herkozen Leden van de Uitvoerende Raad streven ernaar hun vertegenwoordigers in de Raad te vervangen. 5. Indien een Lid van de Uitvoerende Raad uit het lidmaatschap van de organisatie opzegt, eindigt diens zittingstermijn op de dag waarop de opzegging van kracht wordt. 6. De Uitvoerende Raad bereidt de agenda van de Algemene Conferentie voor. Het bestudeert het programma van de werkzaamheden van de Organisatie en de raming van de daarmee verband houdende begrotingsposten, die overeenkomstig artikel VI, lid 3, door de Directeur-Generaal bij de Raad worden ingediend, en legt deze voor aan de Algemene Conferentie met de aanbevelingen die het wenselijk acht. De Uitvoerende Raad, handelend met machtiging van de Algemene Conferentie, is tegenover deze verantwoordelijk voor de uitvoering van het door de Conferentie goedgekeurde programma. In overeenstemming met de besluiten van de Algemene Conferentie en rekening houdend met omstandigheden die zich eventueel tussen twee gewone zittingen kunnen voordoen, neemt de Uitvoerende Raad alle noodzakelijke maatregelen om een doeltreffende en redelijke uitvoering van het programma door de Directeur-Generaal te verzekeren. Tussen de gewone zittingen van de Algemene Conferentie kan de Raad de in artikel IV, lid 5 bedoelde taak van adviseur van de Verenigde Naties vervullen, wanneer het vraagstuk waarover advies wordt gevraagd in hoofdzaak reeds is behandeld door de Conferentie, of wanneer de oplossing ervan besloten ligt in besluiten van de Conferentie. 7. De Uitvoerende Raad doet aan de Algemene Conferentie aanbevelingen inzake de toelating van nieuwe leden tot de Organisatie. 8. Met inachtneming van de besluiten van de Algemene Conferentie stelt de Uitvoerende Raad zijn eigen reglement van orde vast. Het kiest zijn functionarissen uit de Leden van de Raad. 9. De Uitvoerende Raad komt ten minste viermaal per twee jaar in gewone zitting bijeen en kan in buitengewone zitting bijeenkomen, wanneer de Voorzitter de Raad uit eigen beweging of op verzoek van zes Leden van de Uitvoerende Raad bijeenroept. 10. Namens de Raad biedt de Voorzitter van de Uitvoerende Raad de Algemene Conferentie tijdens iedere gewone zitting de rapporten betreffende de werkzaamheden van de Organisatie aan, al dan niet vergezeld van opmerkingen, die door de Directeur-Generaal overeenkomstig de bepalingen van artikel VI, lid 3, onder b, moeten worden opgesteld. 11. De Uitvoerende Raad treft alle maatregelen die nodig zijn voor het vragen van advies aan de vertegenwoordigers van internationale organisaties of aan deskundigen die zich bezighouden met onderwerpen die tot de bevoegdheid van de Raad behoren. 12. Tussen de zittingen van de Algemene Conferentie kan de Uitvoerende Raad advies vragen aan het Internationale Gerechtshof inzake juridische kwesties die zich op het gebied van de werkzaamheden van de Organisatie voordoen. 13. De Uitvoerende Raad oefent eveneens de door de Algemene Conferentie aan hem gedelegeerde bevoegdheden uit, uit naam van de gehele Conferentie. De Engelse tekst van het Statuut is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1946 (G)/336. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1947 (H)/62. Het Statuut wordt voorlopig toegepast per 15 november 1946, zie Stb. 1947 (H)/62. Het Statuut is in werking getreden op 1 januari 1947, zie Trb. 1960/131. Het Statuut is gewijzigd volgens Trb. 1960/131, Trb. 1968/56, Trb. 1973/143 en Trb. 1977/176.

Rechtspraak bij dit artikel