Naar hoofdinhoud

Artikel VI

Secretariaat

Onderdeel van Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 3 november 2001

1. Het Secretariaat omvat de Directeur-Generaal en het benodigde personeel. 2. De Directeur-Generaal wordt voorgedragen door de Uitvoerende Raad en benoemd door de Algemene Conferentie voor een periode van vier jaar, onder de door de Conferentie vast te stellen voorwaarden. De Directeur-Generaal kan opnieuw worden benoemd voor een termijn van vier jaar, maar kan nadien niet nogmaals worden benoemd voor een aanvullende termijn. De Directeur-Generaal is de hoogste administratieve functionaris van de Organisatie. 3. De Directeur-Generaal, of een door hem aangewezen plaatsvervanger, neemt zonder stemrecht deel aan alle zittingen van de Algemene Conferentie, van de Uitvoerende Raad en van de Comités van de Organisatie. Hij formuleert voorstellen voor de door de Conferentie en de Raad te nemen maatregelen en stelt, teneinde deze in te dienen bij de Uitvoerende Raad, een ontwerp-programma voor de werkzaamheden en een raming van de daarmee verband houdende begrotingsposten op. De Directeur-Generaal stelt periodieke rapporten over de werkzaamheden van de Organisatie op en zendt deze toe aan de Lidstaten en aan de Uitvoerende Raad. De Algemene Conferentie bepaalt de periodes waarop deze rapporten betrekking moeten hebben. 4. De Directeur-Generaal benoemt het personeel van het Secretariaat in overeenstemming met het door de Algemene Conferentie goed te keuren personeelsreglement. Met inachtneming van de voornaamste overweging dat aan de hoogste maatstaven van integriteit, bekwaamheid en technische deskundigheid moet zijn voldaan, dient de benoeming van het personeel op een zo breed mogelijke geografische gondslag te geschieden. 5. De taken van de Directeur-Generaal en van het personeel hebben een zuiver internationaal karakter. Bij de uitvoering van hun taken mogen zij geen instructies van enige Regering, of van enige autoriteit buiten de Organisatie vragen of ontvangen. Zij dienen zich te onthouden van elke handeling die hun positie als internationale ambtenaren zou kunnen schaden. Iedere Lidstaat van de Organisatie verbindt zich het internationale karakter van de taak van de Directeur-Generaal en van het personeel te eerbiedigen en niet te trachten hen te beïnvloeden bij de uitoefening van hun taak. 6. Geen enkele bepaling van dit artikel belet de Organisatie om binnen het kader van de Verenigde Naties bijzondere regelingen te treffen voor gemeenschappelijke diensten en gemeenschappelijk personeel en voor de uitwisseling van personeel. De Engelse tekst van het Statuut is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1946 (G)/336. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1947 (H)/62. Het Statuut wordt voorlopig toegepast per 15 november 1946, zie Stb. 1947 (H)/62. Het Statuut is in werking getreden op 1 januari 1947, zie Trb. 1960/131. Het Statuut is gewijzigd volgens Trb. 1960/131, Trb. 1968/56, Trb. 1973/143 en Trb. 1977/176.

Rechtspraak bij dit artikel