Naar hoofdinhoud
1. De aangezochte administratie treft alle redelijke maatregelen om het uit hoofde van dit Verdrag gedane verzoek om bijstand uit te voeren. 2. Naar behoren gemachtigde ambtenaren van de verzoekende administratie mogen, met instemming van de aangezochte administratie en onder de door laatstgenoemde vastgestelde voorwaarden, aanwezig zijn ten kantore van de aangezochte administratie teneinde informatie te verkrijgen over activiteiten die een inbreuk op de douanewetgeving vormen of kunnen vormen en die de verzoekende administratie nodig heeft ten behoeve van de uitvoering van dit Verdrag. 3. Indien de aangezochte administratie instemt met het verzoek van de verzoekende administratie, kunnen door de verzoekende administratie speciaal hiertoe aangewezen ambtenaren, onder door de aangezochte administratie hieraan verbonden voorwaarden, aanwezig zijn bij een onderzoek door de aangezochte douaneadministratie in het douanegebied van het land van de aangezochte administratie. 4. Indien de aangezochte administratie het wenselijk acht dat ambtenaren van de verzoekende verdragsluitende partij aanwezig zijn wanneer, overeenkomstig een verzoek, bijstandsmaatregelen worden uitgevoerd, kan zij de verzoekende administratie uitnodigen daartoe ambtenaren ter beschikking te stellen, met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden. 5. Indien ambtenaren van de ene verdragsluitende partij aanwezig zijn in het douanegebied van het land van de andere douaneadministratie in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, dienen zij te allen tijde in staat te zijn hun identiteit en officiële hoedanigheid aan te tonen. 6. De aangezochte administratie stelt de verzoekende administratie, op haar verzoek en wanneer de eerstgenoemde administratie dit passend acht, in kennis van de tijd en locatie van de maatregelen die zij neemt naar aanleiding van het verzoek om bijstand.

Rechtspraak bij dit artikel