Naar hoofdinhoud

DEEL I

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Regionaal Samenwerkingsverdrag inzake de bestrijding van piraterij en gewapende overvallen op zee in Azië· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 3 juli 2010

1. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „piraterij” elk van de volgende handelingen verstaan: iedere wederrechtelijke daad van geweld of vasthouding, alsmede iedere daad van plundering die door de bemanning of de passagiers van een particulier schip of een particulier luchtvaartuig voor persoonlijke doeleinden wordt gepleegd en die is gericht: in volle zee, tegen een ander schip, of tegen personen of eigendommen aan boord van een dergelijk schip; tegen een schip, personen of eigendommen op een plaats die buiten de rechtsmacht van enige staat valt; iedere vrijwillige deelneming aan de exploitatie van een schip of luchtvaartuig met kennis van de feiten die het schip of luchtvaartuig tot een piratenschip of piratenluchtvaartuig maken; iedere opruiing tot of opzettelijke vergemakkelijking van een in onderdeel a of b omschreven handeling. 2. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „gewapende overvallen op zee” elk van de volgende handelingen verstaan: iedere wederrechtelijke daad van geweld of vasthouding, alsmede iedere daad van plundering die voor persoonlijke doeleinden is gericht tegen een schip of tegen personen of eigendommen aan boord van een dergelijk schip, op een plaats die onder de rechtsmacht van een verdragsluitende partij inzake deze strafbare feiten valt; iedere vrijwillige deelneming aan de exploitatie van een schip met kennis van de feiten die het schip tot een schip voor gewapende overvallen op zee maken; iedere opruiing tot of opzettelijke vergemakkelijking van een in onderdeel a of b omschreven handeling.

Rechtspraak bij dit artikel