**1.** De verdragsluitende partijen voeren dit Verdrag, met inbegrip van het voorkomen en bestrijden van piraterij en gewapende overvallen op zee, in zo ruim mogelijke mate uit, in overeenstemming met hun respectieve nationale wet- en regelgeving en afhankelijk van hun beschikbare middelen en mogelijkheden.
**2.** Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de rechten en verplichtingen van een verdragsluitende partij uit hoofde van internationale verdragen waar die verdragsluitende partij partij bij is, met inbegrip van het UNCLOS, en de relevante regels van het internationale recht.
**3.** Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de immuniteiten van oorlogsschepen en van andere staatsschepen die worden gebruikt voor andere dan commerciële doeleinden.
**4.** De bepalingen van dit Verdrag, alsmede enige handeling of activiteit uit hoofde van dit Verdrag, laten de positie van een verdragsluitende partij onverlet met betrekking tot geschillen inzake territoriale soevereiniteit of kwesties in verband met het recht van de zee.
**5.** Niets in dit Verdrag geeft een verdragsluitende partij de bevoegdheid op het grondgebied van een andere verdragsluitende partij rechtsmacht uit te oefenen en functies te vervullen die door haar nationale wetgeving uitsluitend zijn voorbehouden aan de autoriteiten van die andere verdragsluitende partij.
**6.** Bij de toepassing van het eerste lid van artikel 1 houdt iedere verdragsluitende partij zorgvuldig rekening met de relevante bepalingen van het UNCLOS zonder afbreuk te doen aan de rechten van derden.
DEEL I
Artikel 2
Algemene bepalingen
Onderdeel van Regionaal Samenwerkingsverdrag inzake de bestrijding van piraterij en gewapende overvallen op zee in Azië· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 juli 2010