Hoofdstuk
Artikel 11
Artikel 11
Deze tekst geldt sinds 1 december 2017
**1.** De overeenkomstsluitende partijen zetten de nodige middelen in om ervoor te zorgen dat bij een overeenkomstsluitende partij geregistreerde vliegtuigen, wanneer zij landen op luchthavens op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij, aan de krachtens de Overeenkomst vastgestelde internationale veiligheidsnormen voldoen en door de gemachtigde vertegenwoordigers van die andere overeenkomstsluitende partij aan een platforminspectie in en rond het vliegtuig worden onderworpen waarbij de geldigheid van de vliegtuigdocumenten en de documenten van de bemanning, alsook de kennelijke conditie van het vliegtuig en de uitrusting daarvan worden gecontroleerd.
**2.** Een overeenkomstsluitende partij kan te allen tijde verzoeken om overleg over de veiligheidsnormen die door een andere overeenkomstsluitende partij worden gehanteerd op andere gebieden dan die welke onder de toepassing van de in bijlage I genoemde besluiten vallen.
**3.** Geen enkele bepaling van deze overeenkomst kan zo worden uitgelegd dat zij voor een bevoegde burgerluchtvaartinstantie een beletsel vormt om onverwijld de nodige maatregelen te nemen wanneer zij vaststelt dat een product of dienst mogelijkerwijze
niet voldoet aan de eventueel krachtens de Overeenkomst vastgestelde minimumnormen, of
aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid – op basis van een inspectie als bedoeld in lid 1 – dat een vliegtuig of de wijze waarop het wordt gebruikt niet voldoet aan de krachtens de Overeenkomst vastgestelde minimumnormen, of
aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid dat de krachtens de Overeenkomst vastgestelde minimumnormen niet effectief worden gehandhaafd en toegepast.
**4.** Wanneer een bevoegde burgerluchtvaartinstantie op grond van lid 3 actie onderneemt, stelt zij de bevoegde burgerluchtvaartinstanties van de overige overeenkomstsluitende partijen daarvan in kennis met opgaaf van redenen.
**5.** Wanneer op grond van lid 3 genomen maatregelen niet worden beëindigd nadat de aanleiding voor het nemen daarvan is weggenomen, kan elke overeenkomstsluitende partij de kwestie naar het gemengd comité doorverwijzen.
**6.** Wijzigingen in de nationale wetgeving met betrekking tot de status van de bevoegde burgerluchtvaartinstantie worden door de betrokken overeenkomstsluitende partij ter kennis van de overige overeenkomstsluitende partijen gebracht.