Naar hoofdinhoud
1. Om de burgerluchtvaart te beschermen tegen wederrechtelijke daden, zien de overeenkomstsluitende partijen erop toe dat de in bijlage I bij de Overeenkomt genoemde gemeenschappelijke basisnormen en mechanismen voor toezicht op de naleving inzake beveiliging van de luchtvaart op alle luchthavens op hun grondgebied worden toegepast, conform de in de bijlage vermelde toepasselijke bepalingen. 2. Op verzoek verlenen de overeenkomstsluitende partijen elkaar alle nodige assistentie om de wederrechtelijke toe-eigening van burgervliegtuigen en andere wederrechtelijke daden die gericht zijn tegen de veiligheid van die vliegtuigen, hun passagiers en bemanning, luchthavens en luchtverkeersfaciliteiten, alsook enige andere veiligheidsdreiging voor de burgerluchtvaart te voorkomen. 3. Wanneer wederrechtelijke toe-eigening van burgervliegtuigen of andere wederrechtelijke daden die gericht zijn tegen de veiligheid van die vliegtuigen, hun passagiers en bemanning, luchthavens of luchtverkeersfaciliteiten plaatsvinden of dreigen plaats te vinden, verlenen de overeenkomstsluitende partijen elkaar assistentie door communicatie en andere passende maatregelen voor een snelle beëindiging van dergelijke incidenten of de dreiging daarvan te faciliteren. 4. Een geassocieerde partij kan aan een inspectie door de Europese Commissie worden onderworpen overeenkomstig de in bijlage I genoemde wetgeving van de Europese Gemeenschap, en van die partij kan worden verlangd dat zij deelneemt aan inspecties door de Europese Commissie bij andere overeenkomstsluitende partijen.

Rechtspraak bij dit artikel