Hoofdstuk
Artikel 16
Artikel 16
Deze tekst geldt sinds 1 december 2017
**1.** Voorzover de bepalingen van deze Overeenkomst en de bepalingen van de in bijlage I genoemde besluiten inhoudelijk identiek zijn aan de overeenkomstige regels van het EG-Verdrag en krachtens het EG-Verdrag genomen besluiten, worden deze bepalingen, wat hun uitvoering en toepassing betreft, geïnterpreteerd overeenkomstig de toepasselijke uitspraken en besluiten van het Hof van Justitie en de Europese Commissie die dateren van vóór de datum van ondertekening van deze Overeenkomst. De uitspraken en besluiten die dateren van na de datum van ondertekening van deze Overeenkomst worden aan de andere overeenkomstsluitende partijen ter kennis gebracht. Op verzoek van een van de overeenkomstsluitende partijen worden de implicaties van dergelijke uitspraken en besluiten vastgesteld door het gemengd comité, met het oog op de goede werking van deze Overeenkomst. Bestaande interpretaties worden vóór de datum van ondertekening van deze Overeenkomst ter kennis gebracht van de ECAA-partners. De in het kader van deze procedure genomen besluiten van het gemengd comité dienen in overeenstemming te zijn met de jurisprudentie van het Hof van Justitie.
**2.** Wanneer er bij de behandeling van een zaak door een rechterlijke instantie van een ECAA-partner een probleem ontstaat inzake de interpretatie van deze Overeenkomst, van de bepalingen van de in bijlage I genoemde besluiten of van besluiten die op grond daarvan zijn genomen, welke inhoudelijk identiek zijn aan overeenkomstige regels van het EG-Verdrag en krachtens het EG-Verdrag genomen besluiten, verzoekt die rechterlijke instantie, indien zij een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis, overeenkomstig bijlage IV het Hof van Justitie een uitspraak over het probleem te doen. Een ECAA-partner kan bij besluit en overeenkomstig bijlage IV vastleggen in hoeverre en onder welke voorwaarden zijn rechterlijke instanties deze bepaling toepassen. Dat besluit wordt ter kennis gebracht van de depositaris en van het Hof van Justitie. De depositaris deelt dit aan de andere overeenkomstsluitende partijen mede.
**3.** Wanneer, overeenkomstig lid 1, een rechterlijke instantie van een overeenkomstsluitende partij waarvan de beslissingen volgens het nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep, geen zaken kan voorleggen aan het Hof van Justitie, wordt elke uitspraak van die rechterlijke instantie door de betrokken overeenkomstsluitende partij voorgelegd aan het gemengd comité, dat moet toezien op een homogene interpretatie van deze Overeenkomst. Indien het gemengd comité er binnen twee maanden nadat een discrepantie tussen de jurisprudentie van het Hof van Justitie en een uitspraak van een rechterlijke instantie van de betrokken overeenkomstsluitende partij onder zijn aandacht is gebracht, er niet in is geslaagd een homogene interpretatie van deze Overeenkomst te handhaven, kunnen de procedures van artikel 20 worden toegepast.