Hoofdstuk
Artikel 20
Artikel 20
Deze tekst geldt sinds 1 december 2017
**1.** Geschillen betreffende de toepassing of interpretatie van deze Overeenkomst kunnen door de Gemeenschap, samen met de EG-lidstaten handelend, of door een ECAA-partner aan het gemengd comité worden voorgelegd, behoudens in gevallen waarvoor in deze Overeenkomst specifieke procedures zijn vastgesteld.
**2.** Wanneer een geschil overeenkomstig lid 1 aan het gemengd comité is voorgelegd, vindt onverwijld overleg plaats tussen de partijen in het geschil. Wanneer de Europese Gemeenschap geen partij is in het geschil, kan een vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap door een van de partijen in het geschil bij het overleg worden uitgenodigd. De partijen in het geschil kunnen een voorstel voor een oplossing opstellen, dat onverwijld aan het gemengd comité wordt voorgelegd. De door het gemengd comité in het kader van deze procedure genomen besluiten laten de jurisprudentie van het Hof van Justitie onverlet.
**3.** Indien het gemengd comité er niet in slaagt het geschil op te lossen binnen vier maanden vanaf het tijdstip waarop de zaak aan het comité is voorgelegd, kunnen de partijen in het geschil de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie, dat er een definitieve en bindende uitspraak over doet. De nadere voorwaarden waaronder een zaak kan worden voorgelegd aan het Hof van Justitie zijn opgenomen in bijlage IV.
**4.** Indien het gemengd comité geen besluit over een zaak neemt binnen vier maanden nadat deze aan het comité is voorgelegd, kunnen de overeenkomstsluitende partijen passende vrijwaringsmaatregelen nemen overeenkomstig de artikelen 21 en 22, voor een periode van ten hoogste zes maanden. Na deze periode kan elke overeenkomstsluitende partij de Overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen. Een overeenkomstsluitende partij neemt geen vrijwaringsmaatregelen met betrekking tot een zaak die krachtens deze Overeenkomst naar het Hof van Justitie is verwezen, behoudens de in artikel 11, lid 3, genoemde gevallen of in overeenstemming met mechanismen waarin is voorzien in de afzonderlijke, in bijlage I genoemde besluiten.