Naar hoofdinhoud
1. De bepalingen van deze Overeenkomst hebben voorrang boven de toepasselijke bepalingen van de geldende bilaterale luchtvervoerovereenkomsten en/of -regelingen tussen de geassocieerde partijen, enerzijds, en de Europese Gemeenschap, een EG-lidstaat, Noorwegen of IJsland, anderzijds, alsmede tussen geassocieerde partijen. 2. In afwijking van lid 1 blijven de bepalingen betreffende eigendom, verkeersrechten, capaciteit, frequenties, vliegtuigtype of verandering van vliegtuig, gedeelde vluchtcodes en prijsstelling van een geldende bilaterale overeenkomst of regeling tussen een geassocieerde partij en de Europese Gemeenschap, een EG-lidstaat, Noorwegen of IJsland, dan wel tussen twee geassocieerde partijen, gedurende de in artikel 27 bedoelde overgangsperiodes van toepassing tussen de partijen bij die overeenkomst of regeling, indien die bilaterale overeenkomst en/of regeling wat betreft de vrijheid van de betrokken luchtvaartmaatschappijen flexibeler is dan de bepalingen van het toepasselijke protocol ten aanzien van de betrokken geassocieerde partij. 3. Een geschil tussen een geassocieerde partij en een andere overeenkomstsluitende partij over de vraag of, in het licht van de volledige toepassing van de ECAA, de bepalingen van het protocol betreffende de betrokken geassocieerde partij al dan niet flexibeler zijn dan die van de bilaterale overeenkomsten en/of regelingen, wordt beslecht in het kader van het mechanisme voor geschillenregeling van artikel 20. Geschillen over de wijze waarop de verhouding tussen met elkaar in strijd zijnde protocollen moet worden bepaald, worden langs dezelfde weg beslecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel