**1.** Onverminderd artikel 12 staan de Overeenkomstsluitende Partijen de doorgeleiding van onderdanen van een derde Staat of staatlozen over hun grondgebied toe, indien een andere Overeenkomstsluitende Partij daarom verzoekt en de doorreis door eventuele derde Staten en de toelating tot de Staat van bestemming verzekerd is.
**2.** Het is niet absoluut noodzakelijk dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij een transitvisum afgeeft.
**3.** De doorgeleiding kan door de Overeenkomstsluitende Partijen worden geweigerd wanneer de onderdanen van een derde Staat of staatlozen in de Staat van bestemming of in een andere Staat van doorreis dreigen blootgesteld te worden aan marteling, onmenselijke of onterende behandeling, doodstraf, vervolging op grond van ras, godsdienst, herkomst of nationaliteit, lidmaatschap van een maatschappelijke groepering of politieke overtuiging.
**4.** Ondanks verleende toestemming kunnen voor doorgeleiding overgenomen personen aan de andere Overeenkomstsluitende Partij worden teruggegeven, indien zich later omstandigheden als bedoeld in lid (3), van dit artikel of in artikel 12 voordoen of bekend worden, die doorgeleiding in de weg staan, of indien de verdere reis of de overname door de Staat van bestemming niet meer verzekerd is.
**5.** De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om doorgeleidingen, zoals beschreven in lid (1) hierboven, te beperken tot onderdanen van een derde Staat of staatlozen voor wie de rechtstreekse teruggeleiding naar de Staat van bestemming niet mogelijk is.
Artikel 8
Doorgeleiding
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Armenië betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen· Migratierecht