Naar hoofdinhoud
1. Wanneer een Verdragsluitende Staat overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag een verzoek tot strafvervolging heeft gericht tot een andere Verdragsluitende Staat, kan de aangezochte Staat, zodra het verzoek en het strafdossier zijn ontvangen en totdat aan de verzoekende Staat kennis is gegeven van de beslissing op dat verzoek, overgaan tot de onmiddellijke aanhouding van de verdachte, indien een bevel tot aanhouding of enige andere titel tot vrijheidsbeneming in de verzoekende Staat van kracht is en de wetgeving van de aangezochte Staat de voorlopige hechtenis toelaat in een geval als dat waarin het verzoek tot strafvervolging is gedaan. 2. Wanneer een Verdragsluitende Staat aan een andere Verdragsluitende Staat heeft aangekondigd een verzoek tot strafvervolging tot hem te zullen richten, kan die andere Staat, in dringende gevallen, op verzoek van de eerstbedoelde Staat overgaan tot de aanhouding van de verdachte, indien voor het overige is voldaan aan de in het vorige lid gestelde voorwaarden. Dit laatste verzoek dient melding te maken van het bestaan van een bevel tot aanhouding of enig ander stuk met dezelfde rechtskracht, afgegeven volgens de in de verzoekende Staat wettelijk voorgeschreven vormen, gegevens te behelzen aangaande aard, tijd en plaats van het feit waarvoor strafvervolging zal worden verzocht, alsmede een zo nauwkeurig mogelijk signalement van de verdachte. Voorts dient een beknopte beschrijving te worden gegeven van de verdere omstandigheden van de zaak. 3. Aanhouding ingevolge de voorgaande leden van dit artikel geschiedt overeenkomstig de wet van de aangezochte Staat; die wet bepaalt in welke gevallen de verdachte in vrijheid kan worden gesteld. 4. Een vrijheidsbeneming, uitsluitend gegrond op het eerste en tweede lid, eindigt: wanneer de titel tot vrijheidsbeneming in de verzoekende Staat niet meer ten uitvoer kan worden gelegd; indien, in het geval bedoeld in het tweede lid, de aangezochte Staat binnen 18 dagen na de aanhouding niet in het bezit is gekomen van het verzoek tot strafvervolging en van de stukken bedoeld in artikel 7.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel