**1.** Door de inwilliging van het verzoek tot strafvervolging wordt de strafwet van de aangezochte Staat toepasselijk op het feit waarop het verzoek betrekking heeft en worden de rechterlijke autoriteiten van die Staat bevoegd volgens hun nationale wet over dat feit te oordelen. Niettemin mag de in die Staat opgelegde straf of maatregel niet zwaarder zijn dan het wettelijk maximum in de verzoekende Staat.
**2.** Voor de toepassing van de strafwet van de aangezochte Staat wordt een feit, begaan ten aanzien van een tot de openbare dienst van de verzoekende Staat behorende persoon, instelling of zaak, beschouwd als te zijn begaan ten aanzien van een overeenkomstige - tot de openbare dienst van de aangezochte Staat behorende - persoon, instelling of zaak.
**3.** Indien het feit, ook bij toepassing van het voorgaande lid, niet strafbaar is naar de wet van de aangezochte Staat, maar wel valt onder de omschrijving van een strafbaar feit vermeld op de bij dit Verdrag gevoegde lijst, wordt het gekwalificeerd overeenkomstig de wet van de verzoekende Staat en voor de toepassing van de strafwet van de aangezochte Staat gelijkgesteld met het overeenkomstige, op de lijst vermelde feit dat in die wet is voorzien en strafbaar gesteld.
**4.** De voorgaande leden van dit artikel zijn niet van toepassing wanneer de inwilliging van het verzoek is ingetrokken overeenkomstig artikel 3, vierde en vijfde lid.
HOOFDSTUK VI
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake het overnemen van strafvervolgingen· Strafrecht