Naar hoofdinhoud
1. Hij die een feit heeft begaan als bedoeld in artikel 1, kan deswege slechts dan in een andere Verdragsluitende Staat worden vervolgd, indien hem volgens de strafwet van die Staat een straf of maatregel kan worden opgelegd voor dat feit, of voor het overeenkomstige feit, vermeld op de bij dit Verdrag gevoegde lijst. 2. Aan de in het eerste lid gestelde voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan, wanneer aan de verdachte een straf of maatregel zou kunnen worden opgelegd, indien hij het feit had begaan op het grondgebied van de andere Staat. 3. Is het feit begaan ten aanzien van een tot de openbare dienst van een andere Verdragsluitende Staat behorende persoon, instelling of zaak, dan wordt het in de aangezochte Staat beschouwd als te zijn begaan ten aanzien van een overeenkomstige - tot de openbare dienst van die Staat behorende - persoon, instelling of zaak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel