Naar hoofdinhoud
1. Het verzoek tot strafvervolging en alle voor de toepassing van dit Verdrag benodigde mededelingen worden hetzij door de Minister van Justitie van de verzoekende Staat toegezonden aan diens ambtgenoot van de aangezochte Staat, hetzij, indien de Regeringen van die Staten aldus hebben besloten, door de rechterlijke autoriteiten van de verzoekende Staat rechtstreeks gericht tot die van de aangezochte Staat. Het hier bepaalde is van overeenkomstige toepassing op mededelingen van de aangezochte Staat aan de verzoekende Staat. 2. De mededeling en het verzoek tot aanhouding, voorzien in artikel 13, tweede lid, kunnen worden gedaan door tussenkomst van het centrale nationale bureau van de «Organisation Internationale de Police Criminelle (Interpol) ».

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel