Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Europese Overeenkomst inzake de bescherming van landbouwhuisdieren· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 22 oktober 1981

1. De Permanente Commissie is belast met de opstelling en aanvaarding van de aanbevelingen voor de Overeenkomstsluitende Partijen, waarin gedetailleerde bepalingen voor de uitvoering van de in Hoofdstuk I van deze Overeenkomst neergelegde beginselen zijn opgenomen, welke bepalingen dienen te zijn gebaseerd op wetenschappelijke kennis omtrent de diverse diersoorten. 2. Ten einde de in het eerste lid van dit artikel bedoelde taken te kunnen vervullen, stelt de Permanente Commissie zich op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek en van nieuwe methoden op het gebied van de veehouderij. 3. Een aanbeveling wordt als zodanig van kracht, zes maanden na de aanneming daarvan door de Permanente Commissie, tenzij de Commissie een langere periode hiervoor vaststelt. Vanaf de datum waarop een aanbeveling van kracht wordt, legt elke Overeenkomstsluitende Partij deze ten uitvoer of doet aan de Permanente Commissie door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa mededeling van de redenen waarom zij besloten heeft dat zij de aanbeveling niet of niet meer ten uitvoer kan leggen. 4. Indien door twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen of door de Europese Economische Gemeenschap, die zelf Overeenkomstsluitende Partij is, overeenkomstig het derde lid van dit artikel kennis is gegeven van het besluit een aanbeveling niet of niet meer ten uitvoer te leggen, houdt deze aanbeveling op van kracht te zijn.

Rechtspraak bij dit artikel