Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 11

*) Betaling der aandelen

Onderdeel van Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 juni 1989

1. Betalingen van aandelen van het rechtstreeks bijgedragen kapitaal waarop door ieder Lid is ingeschreven, worden gedaan: in iedere bruikbare valuta tegen de omrekeningskoers tussen deze valuta en de rekeneenheid op de dag waarop de betaling plaatsvindt; of in een bruikbare valuta, door dat Lid gekozen op het tijdstip van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring en tegen de omrekeningskoers tussen deze valuta en de rekeneenheid op de datum van deze Overeenkomst. De Raad van Bestuur neemt regels en voorschriften aan die betrekking hebben op de betaling van inschrijvingen in bruikbare valuta in geval van aanwijzing van bijkomende bruikbare valuta of afvoering van bruikbare valuta van de lijst van bruikbare valuta overeenkomstig artikel 1, begripsomschrijving 9. Op het tijdstip van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring maakt ieder Lid een keuze uit een van bovenstaande procedures die op elke zodanige betaling van toepassing zal zijn. 2. Ingeval van een onderzoek overeenkomstig artikel 12, tweede lid, beziet de Raad van Bestuur de werking van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde betalingswijze in het licht van wisselkoersschommelingen en neemt de Raad, rekening houdend met de ontwikkelingen in de praktijk van internationale leningen verstrekkende instellingen, met een versterkt gekwalificeerde meerderheid besluiten inzake eventuele wijzigingen in de betalingswijze voor inschrijvingen op bijkomende aandelen in het rechtstreeks bijgedragen kapitaal die daarna overeenkomstig artikel 12, derde lid, worden uitgegeven. 3. Ieder in artikel 5, letter a bedoeld Lid: betaalt binnen 60 dagen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst of binnen 30 dagen na het tijdstip waarop zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring is nedergelegd, naar gelang welke van beide data het laatste valt, 30% van zijn totale inschrijving op volgestorte aandelen; betaalt één jaar na de betaling waarin hierboven onder letter a is voorzien, 20% van zijn totale inschrijving op volgestorte aandelen en deponeert bij het Fonds niet-herroepbare, niet-overdraagbare en niet-rentedragende promessen ten bedrage van 10% van zijn totale inschrijving op volgestorte aandelen. Deze promessen worden verzilverd op de wijze en het tijdstip waartoe het College van Bewindvoerders besluit; deponeert 2 jaar na de betaling waarin hierboven onder letter a is voorzien, bij het Fonds niet-herroepbare, niet-overdraagbare, niet-rentedragende promessen ten bedrage van 40% van zijn totale inschrijving op volgestorte aandelen. Deze promessen worden verzilverd op de wijze en het tijdstip waartoe het College van Bewindvoerders met een gekwalificeerde meerderheid besluit, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de voor de uitvoering van de werkzaamheden van het Fonds benodigde middelen, behalve dat promessen met betrekking tot aan de Tweede Rekening toegewezen aandelen verzilverd worden op de wijze en het tijdstip waartoe het College van Bewindvoerders besluit. 4. Het bedrag waarvoor ieder Lid op niet-volgestorte aandelen heeft ingeschreven, kan uitsluitend met inachtneming van artikel 17, twaalfde lid door het Fonds worden opgeroepen. 5. De oproeping van stortingen op aandelen in het rechtstreeks bijgedragen kapitaal geschiedt van alle Leden naar evenredigheid, ongeacht het soort of de soorten aandelen waarvan de volstorting wordt gevraagd, behoudens het bepaalde in het derde lid, letter c van dit artikel. 6. Bijzondere betalingsregelingen voor inschrijvingen op aandelen in het rechtstreeks bijgedragen kapitaal door de minst-ontwikkelde landen worden in Bijlage B vermeld. 7. Inschrijvingen op aandelen in het rechtstreeks bijgedragen kapitaal kunnen in voorkomende gevallen betaald worden door de geëigende instellingen van de betrokken Leden. *) Voetnoot: Voor de toepassing van artikel 11 zijn de omrekeningskoersen voor bruikbare valuta uitgedrukt in de rekenheid op de datum van de Overeenkomst (27 juni 1980) als volgt: Valuta Valute-eenheden per rekeneenheid Duitse Mark 2,33306 Franse frank 5,42029 Japanse yen 287,452 Pond sterling 0,563927 US dollar 1,32162

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel