**1.** De middelen van de Tweede Rekening bestaan uit:
het deel van het rechtstreeks bijgedragen kapitaal dat overeenkomstig artikel 10, derde lid aan de Tweede Rekening is toegewezen;
aan de Tweede Rekening verstrekte vrijwillige bijdragen;
de netto-inkomsten die aan de Tweede Rekening toevloeien;
leningen;
alle andere middelen die ten behoeve van de ingevolge deze Overeenkomst door de Tweede Rekening te verrichten werkzaamheden ter beschikking van het Fonds zijn gesteld of door het Fonds zijn ontvangen of verworven.
**2.** Het totale bedrag aan leningen en schenkingen en deelnemingen daarin, verstrekt door het Fonds uit hoofde van werkzaamheden van zijn Tweede Rekening, mag het totale bedrag aan middelen van de Tweede Rekening niet te boven gaan.
**3.** Het Fonds kan uit de middelen van de Tweede Rekening leningen verstrekken of daarin deelnemen en, behalve wat het gedeelte van het rechtstreeks bijgedragen kapitaal betreft dat aan de Tweede Rekening is toegewezen, schenkingen doen of daarin deelnemen ten behoeve van de financiering van maatregelen op het gebied van grondstoffen die niet betreffen de voorraadvorming, zulks met inachtneming van de bepalingen van deze Overeenkomst en in het bijzonder van de hiernavolgende voorwaarden:
De maatregelen zijn maatregelen op het gebied van ontwikkeling van grondstoffen, die erop zijn gericht de marktstructuur te verbeteren en de concurrentiepositie en vooruitzichten op lange termijn met betrekking tot bepaalde grondstoffen gunstiger te maken. Deze maatregelen omvatten onderzoek en ontwikkeling, produktiviteitsverbeteringen, marktpromotie en maatregelen, die als regel bestaan door middel van gezamenlijke financiering of technische bijstand, ter ondersteuning van de verticale diversificatie, waarbij deze maatregelen of op zichzelf staan, zoals in het geval van aan bederf onderhevige grondstoffen en andere grondstoffen waarvan de problemen niet afdoende kunnen worden opgelost door voorraadvorming, dan wel naast en ter ondersteuning van activiteiten op het gebied van voorraadvorming.
De maatregelen worden binnen het kader van een internationaal grondstoffenorgaan gezamenlijk door producenten en verbruikers begeleid en tenuitvoergelegd.
De werkzaamheden van het Fonds binnen het kader van de Tweede Rekening kunnen bestaan in het verstrekken van leningen en schenkingen aan een internationaal grondstoffenorgaan of aan een instantie die daarvan deel uitmaakt, dan wel aan een Lid of aan Leden die door dit internationale grondstoffenorgaan zijn aangewezen, op door het College van Bewindvoerders te stellen passende voorwaarden, waarbij rekening wordt gehouden met de economische situatie waarin het internationale grondstoffenorgaan of het betrokken Lid of de betrokken Leden zich bevinden, alsmede met de aard en behoeften van de voorgestelde werkzaamheid. Zodanige leningen kunnen gedekt worden door van overheidswege verstrekte garanties of andere geëigende garanties van het internationale grondstoffenorgaan of van het Lid of de Leden die door dit internationale grondstoffenorgaan zijn aangewezen.
Het internationale grondstoffenorgaan dat een door het Fonds door middel van zijn Tweede Rekening te financieren project begeleidt, dient bij het Fonds een schriftelijk voorstel in, waarin het doel, de duur, de plaats en de kosten van het project en de voor de uitvoering daarvan verantwoordelijke instantie in bijzonderheden worden vermeld.
Alvorens een lening of schenking wordt verstrekt, dient de Directeur bij het College van Bewindvoerders een gedetailleerde beoordeling van het voorstel in, die hij vergezeld doet gaan van zijn aanbevelingen en, waar nodig, overeenkomstig artikel 25, tweede lid, van het advies van het Raadgevend Comité. Besluiten met betrekking tot de keuze en goedkeuring van voorstellen worden door het College van Bewindvoerders met een gekwalificeerde meerderheid genomen overeenkomstig deze Overeenkomst en de regels en voorschriften betreffende de werkzaamheden van het Fonds die op grond daarvan zijn aangenomen.
Voor de beoordeling van aan het Fonds ter financiering voorgelegde projectvoorstellen maakt het Fonds in de regel gebruik van de diensten van internationale of regionale instellingen en het kan zo nodig gebruik maken van de diensten van andere bevoegde, op dit terrein deskundige organisaties en adviseurs. Het Fonds kan tevens het beheer van de leningen of schenkingen en het toezicht op de uitvoering van door hem gefinancierde projecten aan deze instellingen toevertrouwen. Deze instellingen, organisaties en adviseurs worden gekozen overeenkomstig de regels en voorschriften die door de Raad van Bestuur zijn aangenomen.
Bij het verstrekken van een lening of deelname daarin houdt het Fonds terdege rekening met het feit of de leningnemer en een eventuele borg in staat zullen zijn hun verplichtingen jegens het Fonds in verband met zodanige transacties na te komen.
Het Fonds sluit met het internationale grondstoffenorgaan, een instantie die daarvan deel uit maakt of het betrokken Lid of de betrokken Leden, een overeenkomst, waarin de bedragen en lenings- of schenkingsvoorwaarden nader zijn omschreven en die onder meer voorziet in van overheidswege verstrekte garanties of andere passende garanties overeenkomstig deze overeenkomst en de regels en voorschriften die door het Fonds zijn vastgesteld.
Gelden die krachtens een financieringstransactie worden verstrekt, worden aan de ontvanger slechts beschikbaar gesteld voor de bestrijding van de kosten, naarmate die werkelijk in verband met het project worden gemaakt.
Het Fonds houdt zich niet bezig met de herfinanciering van projecten die oorspronkelijk uit andere bronnen werden gefinancierd.
Leningen worden afgelost in de valuta, waarin zij werden verstrekt.
Het Fonds vermijdt zoveel mogelijk om door middel van zijn Tweede Rekening dezelfde activiteiten te verrichten als die door bestaande internationale en regionale financiële instellingen worden verricht, doch het kan met deze instellingen wel deelnemen in medefinancieringstransacties.
Het Fonds legt bij het vaststellen van de prioriteiten inzake de besteding van middelen van de Tweede Rekening naar behoren de nadruk op grondstoffen die voor de minst-ontwikkelde landen van belang zijn.
Bij het in behandeling nemen van projecten van de Tweede Rekening wordt naar behoren de nadruk gelegd op grondstoffen die voor ontwikkelingslanden van belang zijn, in het bijzonder op de grondstoffen van de kleine producerende exportlanden.
Het Fonds houdt naar behoren rekening met de wenselijkheid te vermijden dat een onevenredig groot deel van de middelen van zijn Tweede Rekening wordt gebruikt ten gunste van een bepaalde grondstof.
**4.** De leningen die het Fonds ingevolge artikel 16, vijfde lid, letter a ten behoeve van zijn Tweede Rekening sluit, zijn in overeenstemming met de regels en voorschriften die door de Raad van Bestuur worden aangenomen en zijn onderworpen aan de volgende bepalingen:
zodanige leningen worden op concessionele voorwaarden gesloten, die nader worden omschreven in de regels en voorschriften die door het Fonds worden aangenomen en de daaruit verkregen middelen worden niet wederom als lening verstrekt op voorwaarden die meer concessioneel zijn dan die waarop de desbetreffende middelen werden verworven;
ten behoeve van de financiële administratie worden de door de lening verkregen middelen op een aparte rekening geboekt; de middelen van deze rekening worden van andere middelen van het Fonds, met inbegrip van de overige middelen van de Tweede Rekening, geheel gescheiden gehouden, gebruikt, toegewezen of belegd, of op andere wijze aangewend;
verliezen en verplichtingen ten gevolge van werkzaamheden of andere activiteiten van deze aparte rekening mogen niet ten laste worden gebracht van de andere middelen van het Fonds, met inbegrip van de overige middelen van de Tweede Rekening;
het College van Bewindvoerders hecht zijn goedkeuring aan leningen ten behoeve van de Tweede Rekening.
HOOFDSTUK VI
Artikel 18
De Tweede Rekening
Onderdeel van Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 juni 1989