Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VII

Artikel 20

Raad van Bestuur

Onderdeel van Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 juni 1989

1. Alle bevoegdheden van het Fonds berusten bij de Raad van Bestuur. 2. Elk Lid benoemt een bestuurder en een plaatsvervanger die ten genoegen van het Lid dat hen benoemt, in de Raad van Bestuur hun ambt vervullen. De plaatsvervanger kan deelnemen aan vergaderingen, maar heeft alleen stemrecht bij afwezigheid van de bestuurder wiens plaatsvervanger hij is. 3. De Raad van Bestuur kan het College van Bewindvoerders machtigen alle bevoegdheden van de Raad van Bestuur uit te oefenen, met uitzondering van de bevoegdheid inzake: het bepalen van het fundamentele beleid van het Fonds; het vaststellen van de voorwaarden voor toetreding tot deze Overeenkomst overeenkomstig artikel 56; het schorsen van een Lid; het verhogen of verlagen van het aantal aandelen in het rechtstreeks bijgedragen kapitaal; het aannemen van wijzigingen van deze Overeenkomst; het beëindigen van de werkzaamheden van het Fonds en het verdelen van de activa van het Fonds overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk IX; het benoemen van de Directeur; het nemen van beslissingen naar aanleiding van een beroep van een Lid tegen een besluit van het College van Bewindvoerders betreffende de interpretatie of toepassing van deze Overeenkomst; het goedkeuren van de door accountants gecontroleerde jaarrekening van het Fonds; het nemen van beslissingen ingevolge artikel 16, vierde lid inzake de netto-inkomsten, nadat in de Speciale Reserve is voorzien; het goedkeuren van voorgestelde associatieovereenkomsten; het goedkeuren van voorgestelde overeenkomsten met andere internationale organisaties overeenkomstig artikel 29, eerste en tweede lid; het nemen van beslissingen inzake de aanvulling van de Tweede Rekening overeenkomstig artikel 13. 4. De Raad van Bestuur houdt een jaarvergadering alsmede de bijzondere vergaderingen waartoe deze besluit of om bijeenroeping waarvan wordt verzocht door vijftien bestuurders die ten minste 25% van het aantal stemmen bezitten, dan wel op verzoek van het College van Bewindvoerders. 5. Het quorum voor iedere vergadering van de Raad van Bestuur wordt gevormd door een meerderheid van de bestuurders die niet minder dan twee derde van het totaal aantal stemmen bezitten. 6. De Raad van Bestuur stelt met een versterkt gekwalificeerde meerderheid de met deze Overeenkomst verenigbare regels en voorschriften vast, die nodig worden geacht voor de bedrijfsvoering van het Fonds. 7. Bestuurders en plaatsvervangers bekleden hun functie zonder vergoeding van het Fonds, tenzij de Raad van Bestuur met een gekwalificeerde meerderheid besluit hun een redelijke vergoeding te geven voor de reis- en verblijfkosten gemaakt in verband met het bijwonen der vergaderingen. 8. Tijdens elke jaarvergadering kiest de Raad van Bestuur een van de bestuurders tot Voorzitter. De Voorzitter bekleedt zijn functie tot de verkiezing van zijn opvolger en kan voor één volgende ambtstermijn worden herkozen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel