Alle leden van de Raad van Bestuur, Bewindvoerders, hun plaatsvervangers, de Directeur, leden van het Raadgevend Comité, deskundigen die voor het Fonds een opdracht vervullen alsmede de stafleden die niet deel uit maken van het dienstpersoneel van het Fonds:
genieten immuniteit van rechtsvordering ter zake van handelingen uit hoofde van hun ambt verricht, tenzij het Fonds deze immuniteit ter zijde stelt;
wordt, evenals aan hun gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, voor zover zij niet de nationaliteit van het desbetreffende Lid bezitten, dezelfde immuniteit van immigratiebeperkingen, registratieplicht voor vreemdelingen en militaire dienstplicht en dezelfde faciliteiten ten aanzien van deviezenbeperkingen toegekend, als door zulk een Lid aan vertegenwoordigers, hoge functionarissen en overig personeel van vergelijkbare rang in dienst van andere internationale financiële instellingen waarvan het Lid is, wordt toegekend;
genieten dezelfde behandeling op het gebied van reisfaciliteiten, als door elk Lid aan vertegenwoordigers, hoge functionarissen en overig personeel van vergelijkbare rang in dienst van andere internationale financiële instellingen waarvan het Lid is, wordt toegekend.
HOOFDSTUK X
Artikel 47
Immuniteiten en voorrechten van bepaalde personen
Onderdeel van Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 juni 1989