Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK X

Artikel 48

Vrijstelling van belasting

Onderdeel van Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 juni 1989

1. Binnen de grenzen van zijn officiële activiteiten genieten het Fonds, zijn activa, eigendommen, inkomsten en zijn werkzaamheden en transacties, waartoe het door deze Overeenkomst wordt gemachtigd, vrijstelling van alle directe belastingen en alle douanerechten op voor zijn officiële gebruik ingevoerde of uitgevoerde goederen, met dien verstande dat daardoor een Lid niet belet wordt zijn normale belastingen en douanerechten te heffen op grondstoffen die van oorsprong zijn uit het grondgebied van dat Lid en die door omstandigheden aan het Fonds zijn verbeurd. Het Fonds maakt geen aanspraak op vrijstelling van belastingen die slechts heffingen voor verleende diensten zijn. 2. Wanneer door of namens het Fonds goederen worden gekocht of gebruik wordt gemaakt van diensten waarmee een aanzienlijk bedrag is gemoeid en die nodig zijn voor de uitoefening van de officiële activiteiten van het Fonds en wanneer in de prijs daarvan belastingen of douanerechten zijn begrepen, treft het betrokken Lid met inachtneming van zijn wetgeving voor zover mogelijk passende maatregelen ten einde vrijstelling van deze belastingen of douanerechten te verlenen of te voorzien in de terugbetaling daarvan. De met een vrijstelling als bedoeld in dit artikel ingevoerde of gekochte goederen worden niet binnen het grondgebied van het Lid dat de vrijstelling verleende, verkocht of op andere wijze vervreemd, behalve op met dat Lid overeengekomen voorwaarden. 3. Er wordt door Leden geen belasting geheven op of ter zake van salarissen en vergoedingen of enige andere vorm van betaling door het Fonds aan de leden van de Raad van Bestuur, Bewindvoerders, hun plaatsvervangers, leden van het Raadgevend Comité, de Directeur en de staf alsmede aan deskundigen die voor het Fonds een opdracht vervullen, die niet zijn hun inwoners, onderdanen of andere bezitters van hun nationaliteit. 4. Er wordt geen belasting geheven van welke aard ook op door het Fonds uitgegeven of gegarandeerde schuldbekentenissen of waardepapieren, met inbegrip van de dividenden en interesten daarvan, wie deze ook in bezit heeft: die ten nadele van zulk een schuldbekentenis of waardepapier is, uitsluitend omdat deze door het Fonds is uitgegeven of gegarandeerd; of indien de plaats waar de papieren zijn uitgegeven of de valuta waarin zij luiden of betaalbaar gesteld of betaald zijn, of de plaats waar een kantoor van het Fonds is gevestigd of waar het zijn bedrijf uitoefent, de enige rechtsgrond voor een dergelijke belasting zou zijn.

Rechtspraak bij dit artikel