**1.** Ieder meningsverschil dat omtrent de interpretatie of toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst tussen een Lid en het Fonds of tussen de Leden van het Fonds onderling ontstaat, wordt aan het College van Bewindvoerders ter beslissing voorgelegd. Een zodanig Lid of zodanige Leden heeft/hebben het recht deel te nemen aan de beraadslagingen van het College van Bewindvoerders gedurende de behandeling van het desbetreffende meningsverschil overeenkomstig de door de Raad van Bestuur aangenomen regels en voorschriften.
**2.** In ieder geval waarin het College van Bewindvoerders ingevolge het eerste lid van dit artikel een beslissing heeft genomen, mag ieder Lid binnen drie maanden na de datum van de bekendmaking, van de beslissing verzoeken dat het meningsverschil wordt voorgelegd aan de Raad van Bestuur, die bij zijn eerstvolgende vergadering met een versterkt gekwalificeerde meerderheid een beslissing neemt. De beslissing van de Raad van Bestuur is definitief.
**3.** Wanneer de Raad van Bestuur niet tot een beslissing ingevolge het tweede lid van dit artikel is kunnen komen, wordt het meningsverschil onderworpen aan een scheidsrechterlijke beslissing overeenkomstig de procedures die zijn neergelegd in artikel 53, tweede lid, indien een Lid daartoe een verzoek doet binnen drie maanden na de laatste dag waarop het meningsverschil door de Raad van Bestuur is behandeld.
HOOFDSTUK XII
Artikel 52
Interpretatie
Onderdeel van Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 juni 1989