**1.** Ieder geschil tussen het Fonds en een Lid dat zich heeft teruggetrokken, of tussen het Fonds en een Lid tijdens de beëindiging van de werkzaamheden van het Fonds, wordt onderworpen aan een scheidsrechterlijke beslissing.
**2.** Het scheidsgerecht bestaat uit drie scheidsmannen. Iedere partij bij het geschil benoemt één scheidsman. Beide aldus benoemde scheidsmannen benoemen de derde scheidsman die als voorzitter optreedt. Indien binnen 45 dagen na ontvangst van het verzoek om arbitrage een der partijen geen scheidsman heeft benoemd of indien binnen 30 dagen na de benoeming van twee scheidsmannen de derde scheidsman niet is benoemd, kan een der partijen de President van het Internationale Gerechtshof of een andere autoriteit voorzien in de regels en voorschriften zoals aangenomen door de Raad van Bestuur, verzoeken een scheidsman te benoemen. Indien de President van het Internationale Gerechtshof ingevolge dit lid is verzocht een scheidsman te benoemen en de President een onderdaan is van een Staat die partij is bij het geschil of niet in staat is zijn taak te vervullen, gaat de bevoegdheid om een scheidsman te benoemen over op de Vice-President van het Hof, of, indien voor hem dezelfde beletsels gelden, op het oudste lid van het Hof, voor wie deze beletsels niet gelden en die het langst van het Hof deel heeft uitgemaakt. De procedure inzake een scheidsrechterlijke beslissing wordt door de scheidsmannen vastgesteld, zij het dat de Voorzitter volledig gemachtigd is inzake alle vragen betreffende de procedure een beslissing te nemen, indien daaromtrent verschil van mening bestaat. Een gewone meerderheid van stemmen der scheidsmannen is voldoende om te komen tot een beslissing die definitief en bindend is voor de partijen.
**3.** Ieder geschil tussen het Fonds en een geassocieerde internationale grondstoffenorganisatie wordt overeenkomstig de in het tweede lid van dit artikel vastgestelde procedures onderworpen aan een scheidsrechterlijke beslissing, tenzij in de associatieovereenkomst een andere procedure is vastgesteld.
HOOFDSTUK XII
Artikel 53
Scheidsrechterlijke beslissing
Onderdeel van Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 juni 1989