Naar hoofdinhoud
(a). Het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie plegen op verzoek van een van beide partijen overleg over wijzigingen in deze Overeenkomst. (b). Alle wijzigingen behoeven de instemming van het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie. (c). Wijzigingen in deze Overeenkomst treden in werking op dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst zelf. (d). De Directeur-Generaal stelt alle Staten die lid zijn van de Organisatie onverwijld op de hoogte van elke wijziging in de Overeenkomst.

Rechtspraak bij dit artikel