Naar hoofdinhoud
Elk geschil voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, met uitzondering van een geschil over een bevinding van de Raad krachtens artikel 19 of een door de Raad verrichte handeling naar aanleiding van een dergelijke bevinding, dat niet door onderhandeling of enige door het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie overeengekomen procedure is geregeld, wordt op verzoek van een der beide partijen voorgelegd aan een als volgt samengesteld scheidsgerecht: het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie wijzen elk een arbiter aan en de aldus aangewezen twee arbiters kiezen gezamenlijk een derde, die het scheidsgerecht voorzit. Indien binnen een termijn van dertig dagen na indiening van het verzoek om arbitrage het Koninkrijk der Nederlanden of de Organisatie geen arbiter heeft aangewezen, kan het Koninkrijk der Nederlanden of de Organisatie de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken een arbiter te benoemen. Dezelfde procedure wordt gevolgd indien binnen dertig dagen na aanwijzing of benoeming van de tweede arbiter de derde nog niet is gekozen. De meerderheid van de leden van het scheidsgerecht vormt het quorum en alle beslissingen vereisen de instemming van ten minste twee arbiters. De arbitrageprocedure wordt door het scheidsgerecht vastgesteld. De beslissingen van het scheidsgerecht zijn bindend voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel