Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Verdragsbetrekkingen na de inwerkingtreding van dit Verdrag

Onderdeel van Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 18 december 1987

1. Wanneer één van de partijen bij een conflict niet is gebonden door een aangehecht Protocol, blijven de door dit Verdrag en dat aangehechte Protocol gebonden partijen daardoor gebonden in hun onderlinge betrekkingen. 2. Een Hoge Verdragsluitende Partij is door dit Verdrag en enig daaraan gehecht Protocol dat ten aanzien van haar van kracht is, gebonden in een in artikel 1 bedoelde situatie, met betrekking tot een Staat die geen partij is bij dit Verdrag of gebonden is door het desbetreffende aangehechte Protocol, indien de laatstgenoemde partij dit Verdrag of het desbetreffende Protocol aanvaardt en toepast en de depositaris daarvan in kennis stelt. 3. De depositaris stelt de betrokken Hoge Verdragsluitende Partijen onmiddellijk in kennis van een ingevolge het tweede lid van dit artikel ontvangen kennisgeving. 4. Dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen waardoor een Hoge Verdragsluitende Partij gebonden is, zijn van toepassing ten aanzien van een gewapend conflict waarbij die Hoge Verdragsluitende Partij betrokken is, van het soort bedoeld in artikel 1, vierde lid, van Aanvullend Protocol I bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 voor de bescherming van oorlogsslachtoffers: wanneer de Hoge Verdragsluitende Partij tevens partij is bij Aanvullend Protocol I en een autoriteit zoals bedoeld in artikel 96, derde lid, van dat Protocol zich heeft verbonden de Verdragen van Genève en Aanvullend Protocol I toe te passen overeenkomstig artikel 96, derde lid, van bedoeld Protocol en zich ertoe verbindt dit Verdrag en de desbetreffende aangehechte Protocollen met betrekking tot dat conflict toe te passen; of wanneer de Hoge Verdragsluitende Partij geen partij is bij Aanvullend Protocol I en een autoriteit van het soort, bedoeld onder letter a hierboven de verplichtingen van de Verdragen van Genève en van dit Verdrag en de desbetreffende aangehechte Protocollen met betrekking tot dat conflict aanvaardt en toepast. Deze aanvaarding en toepassing hebben met betrekking tot dat conflict de onderstaande gevolgen: de Verdragen van Genève en dit Verdrag en de desbetreffende daaraan gehechte Protocollen worden ten aanzien van de partijen bij het conflict onmiddellijk van kracht; de bovenbedoelde autoriteit oefent dezelfde rechten uit en neemt dezelfde verplichtingen op zich als een Hoge Verdragsluitende Partij bij de Verdragen van Genève, dit Verdrag en de desbetreffende daaraan gehechte Protocollen; en de Verdragen van Genève, dit Verdrag en de desbetreffende daaraan gehechte Protocollen zijn gelijkelijk verbindend voor alle partijen bij het conflict. De Hoge Verdragsluitende Partij en de autoriteit kunnen ook overeenkomen de verplichtingen van Aanvullend Protocol I bij de Verdragen van Genève op basis van wederkerigheid te aanvaarden en toe te passen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel