**1.** Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan iedere Hoge Verdragsluitende Partij te allen tijde wijzigingen van dit Verdrag of een daaraan gehecht Protocol waardoor zij is gebonden, voorstellen. Elk wijzigingsvoorstel wordt toegezonden aan de depositaris, die alle Hoge Verdragsluitende Partijen ervan in kennis stelt en vraagt of er naar hun mening een conferentie ter bestudering van het voorstel dient te worden bijeen geroepen. Indien een meerderheid van niet minder dan achttien van de Hoge Verdragsluitende Partijen daarmede instemt, roept hij onverwijld een conferentie bijeen, waarvoor alle Hoge Verdragsluitende Partijen worden uitgenodigd. Staten die geen partij bij dit Verdrag zijn, worden voor de conferentie als waarnemers uitgenodigd.
Een zodanige conferentie kan wijzigingen overeenkomen die worden aanvaard en die in werking treden op dezelfde wijze als dit Verdrag en de aangehechte Protocollen, met dien verstande dat wijzigingen van dit Verdrag alleen kunnen worden aangenomen door de Hoge Verdragsluitende Partijen en dat wijzigingen van een bepaald aangehecht Protocol alleen kunnen worden aangenomen door de Hoge Verdragsluitende Partijen die door dat Protocol zijn gebonden.
**2.** Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan iedere Hoge Verdragsluitende Partij te allen tijde aanvullende protocollen voorstellen betreffende andere categorieën conventionele wapens die niet vallen onder de bestaande aangehechte Protocollen. Elk voorstel voor een aanvullend protocol wordt toegezonden aan de depositaris, die alle Hoge Verdragsluitende Partijen ervan in kennis stelt overeenkomstig het eerste lid, letter a van dit artikel. Indien een meerderheid van niet minder dan achttien Hoge Verdragsluitende Partijen daarmede instemt, roept de depositaris onverwijld een conferentie bijeen, waarvoor alle Staten worden uitgenodigd.
Een zodanige conferentie kan, met de volledige deelneming van alle ter conferentie vertegenwoordigde Staten, aanvullende protocollen overeenkomen, die worden aangenomen op dezelfde wijze als dit Verdrag, daaraan worden gehecht en in werking treden, zoals bepaald in artikel 5, derde en vierde lid van dit Verdrag.
**3.** Indien er na een tijdvak van tien jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag geen conferentie is bijeengeroepen overeenkomstig het eerste lid, letter a of het tweede lid, letter a van dit artikel, kan iedere Hoge Verdragsluitende Partij de depositaris verzoeken een conferentie bijeen te roepen waarvoor alle Hoge Verdragsluitende Partijen worden uitgenodigd, ter toetsing van het toepassingsgebied en de werking van dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen en ter overweging van voorstellen tot wijziging van dit Verdrag of van de bestaande Protocollen. Staten die geen partij bij dit Verdrag zijn, worden voor de conferentie als waarnemers uitgenodigd. De conferentie kan wijzigingen overeenkomen die worden aangenomen en in werking treden overeenkomstig het eerste lid, letter b hierboven.
Op een zodanige conferentie kunnen tevens voorstellen in overweging worden genomen voor aanvullende protocollen betreffende andere categorieën conventionele wapens die niet vallen onder de bestaande aangehechte Protocollen. Alle ter conferentie vertegenwoordigde Staten kunnen volledig aan zulke beraadslagingen deelnemen. Aanvullende protocollen worden aangenomen op dezelfde wijze als dit Verdrag, worden daaraan gehecht en treden in werking zoals bepaald in artikel 5, derde en vierde lid van dit Verdrag.
Een zodanige conferentie kan overwegen of voorzien moet worden in de mogelijkheid van bijeenroeping van een volgende conferentie op verzoek van een Hoge Verdragsluitende Partij indien, na een tijdvak overeenkomend met dat bedoeld in het derde lid, letter a van dit artikel, geen conferentie is bijeengeroepen overeenkomstig het eerste lid, letter a of het tweede lid, letter a van dit artikel.
Artikel 8
Herziening en wijzigingen
Onderdeel van Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 18 december 1987