Naar hoofdinhoud
1. Een Hoge Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag of elk van de daaraan gehechte Protocollen opzeggen door kennisgeving aan de depositaris. 2. Een zodanige opzegging wordt eerst van kracht een jaar na ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de depositaris. Indien echter aan het einde van dat jaar de Hoge Verdragsluitende Partij die opzegt, is verwikkeld in een situatie, zoals bedoeld in artikel 1, blijft de Partij gebonden door de verplichtingen van dit Verdrag en van de desbetreffende aangehechte Protocollen tot het einde van het gewapende conflict of de bezetting, en in elk geval, tot de beëindiging van de verrichtingen in verband met de definitieve vrijlating, repatriëring of nieuwe vestiging van de personen die worden beschermd door de in gewapende conflicten toepasselijke regels van het volkenrecht, en in het geval van een aangehecht Protocol dat bepalingen bevat betreffende situaties waarin het bewaren van de vrede, het verrichten van waarnemingen of soortgelijke taken worden verricht door strijdkrachten of missies van de Verenigde Naties in het betrokken gebied, tot de beëindiging van die taken. 3. Elke opzegging van dit Verdrag wordt beschouwd tevens te gelden voor alle aangehechte Protocollen waardoor de Hoge Verdragsluitende Partij die opzegt, is gebonden. 4. Een opzegging geldt alleen ten aanzien van de Hoge Verdragsluitende Partij die opzegt. 5. Geen enkele opzegging tast, met betrekking tot welke handeling ook die is verricht voordat de opzegging van kracht wordt, verplichtingen aan die ten gevolge van een gewapend conflict krachtens dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen reeds rusten op de Hoge Verdragsluitende Partij die opzegt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel