Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, dient voor zover mogelijk zijn onderdanen te wijzen op de problemen die kunnen rijzen bij het aanmonsteren op een schip dat is teboekgesteld in een Staat die het Verdrag niet heeft bekrachtigd, totdat het zekerheid heeft verkregen dat normen worden toegepast die gelijkwaardig zijn aan de normen die in dit Verdrag zijn vastgelegd. Daartoe strekkende maatregelen van de Staat die het Verdrag bekrachtigt mogen niet strijdig zijn met het beginsel van het vrije verkeer van arbeidskrachten, zoals bepaald in de Verdragen waarbij de desbetreffende twee Staten eventueel partij zijn.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verdrag betreffende minimumnormen op koopvaardijschepen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 28 november 1981