**1.** Indien een Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en in welks haven een schip binnenloopt in de gewone uitoefening van zijn dienst of om bedrijfstechnische redenen, een klacht ontvangt of bewijsmateriaal in handen krijgt dat het schip niet voldoet aan de normen van dit Verdrag, nadat het van kracht is geworden, kan het een rapport opstellen, gericht aan de regering van het land waarin het schip is teboekgesteld, met een afschrift aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau, en kan het maatregelen nemen die nodig zijn ter verbetering van alle omstandigheden aan boord die duidelijk gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid.
**2.** Bij het nemen van zulke maatregelen dient het Lid onmiddellijk de dichtstbijzijnde maritieme, consulaire of diplomatieke vertegenwoordiger van de vlaggestaat in kennis te stellen en dient het zo mogelijk, deze vertegenwoordiger hierbij aanwezig te doen zijn. De Lid-Staat mag het schip niet onnodig vasthouden of ophouden.
**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „klacht” verstaan inlichtingen, verstrekt door een lid van de bemanning, een vereniging van beroepsbeoefenaren, een vereniging, een vakbond of, in het algemeen, een ieder die belang heeft bij de veiligheid van het schip, mede waar het de gevaren voor de veiligheid of voor de gezondheid van de bemanning betreft.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verdrag betreffende minimumnormen op koopvaardijschepen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 28 november 1981