Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Volksrepubliek Bangladesh betreffende luchtdiensten· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1980

1. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk mededeling te doen van de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes. 2. Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunning aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij. 3. De luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen eisen, dat een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij hun aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld bij de wetten en de voorschriften die door deze autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijs ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten en overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag worden toegepast. 4. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunning als bedoeld in het tweede lid van dit artikel te weigeren of aan de uitoefening van de in artikel 2 genoemde rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij zodanige voorwaarden te verbinden als door haar noodzakelijk wordt geacht, in alle gevallen waarin niet ten genoegen van de genoemde Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen of bij haar onderdanen. 5. Indien een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en haar een machtiging is verleend, kan zij op ieder tijdstip een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits een overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 van deze Overeenkomst vastgesteld tarief voor deze dienst van kracht is. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 7 juni 2024 zal, wanneer in de Engelse tekst van de bilaterale Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar „nationals” van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar „nationals” van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2025/97). Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst van 7 juni 2024 zal, wanneer in de Engelse tekst van de bilaterale Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar „air carriers or airlines” van Nederland, dit worden begrepen als een verwijzing naar de door Nederland aangewezen „air carriers or airlines” (Trb. 2025/97). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van 7 juni 2024 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van deze Overeenkomst voorrang op de overeenkomstige bepalingen van respectievelijk de artikelen 3 en 4 van de bilaterale Overeenkomst (Trb. 2025/97). Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 7 juni 2024 zal, wanneer in de Engelse tekst van de bilaterale Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar „nationals” van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar „nationals” van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2025/97). Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst van 7 juni 2024 zal, wanneer in de Engelse tekst van de bilaterale Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar „air carriers or airlines” van Nederland, dit worden begrepen als een verwijzing naar de door Nederland aangewezen „air carriers or airlines” (Trb. 2025/97). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van 7 juni 2024 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van deze Overeenkomst voorrang op de overeenkomstige bepalingen van respectievelijk de artikelen 3 en 4 van de bilaterale Overeenkomst (Trb. 2025/97).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel