Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VII

Artikel 40

Beëindiging van werkzaamheden en regeling van verplichtingen

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van het Afrikaanse Ontwikkelingsfonds· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 30 juni 1973

(1). Het Fonds kan zijn werkzaamheden beëindigen bij besluit van de Raad van Bestuur. Opzegging door de Bank of door alle deelnemende Staten krachtens artikel 37 betekent beëindiging van de werkzaamheden van het Fonds. Na een zodanige beëindiging van de werkzaamheden staakt het Fonds onmiddellijk alle activiteiten, behalve die welke verband houden met het ordelijk te gelde maken, in stand houden en beschermen van zijn activa en de regeling van zijn verplichtingen. Tot het tijdstip van de uiteindelijke regeling van die verplichtingen en de uitwerking van die activa blijft het Fonds voortbestaan en blijven alle wederzijdse rechten en verplichtingen van het Fonds en zijn deelnemers ingevolge deze Overeenkomst onverminderd van kracht, met dien verstande dat geen deelnemer wordt geschorst of zijn deelneming kan opzeggen en dat geen uitkering aan de deelnemers wordt gedaan, behalve als in dit artikel bepaald. (2). Geen uitkering wordt aan de deelnemers gedaan ter zake van hun bijdragen voordat alle verplichtingen aan crediteuren zijn voldaan of voorzieningen daartoe zijn getroffen en voordat de Raad van Bestuur besloten heeft tot een zodanige uitkering over te gaan. (3). Met inachtneming van het voorgaande en van bijzondere regelingen getroffen ter zake van de beschikking over middelen in verband met de verstrekking daarvan aan het Fonds, keert het Fonds zijn activa aan de deelnemers naar evenredigheid uit, in verhouding tot de door hen ter zake van hun bijdragen betaalde bedragen. Iedere uitkering ingevolge de voorgaande bepaling van dit lid vindt slechts plaats na een voorafgaande vereffening van alle uitstaande vorderingen van het Fonds op de deelnemer. Een zodanige uitkering wordt verricht op zodanige tijdstippen, in zodanige valuta’s, hetzij in contanten, hetzij in andere activa, en op een wijze die het Fonds billijk en redelijk oordeelt. De uitkering behoeft wat betreft de aard van de uitgekeerde vermogensbestanddelen of de valuta's waarin zij zijn uitgedrukt niet voor alle deelnemers gelijk te zijn. (4). Iedere deelnemer die door het Fonds ingevolge dit artikel of artikel 39 uitgekeerde activa ontvangt, geniet ten aanzien daarvan dezelfde rechten als het Fonds vóór de uitkering daarvan genoot.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel