In geval van een geschil tussen het Fonds en een Staat die opgehouden heeft deelnemer te zijn, of tussen het Fonds en een deelnemer bij de beëindiging van de werkzaamheden van het Fonds, wordt een zodanig geschil onderworpen aan arbitrage door een scheidsgerecht van drie scheidsmannen. Een van de scheidsmannen wordt benoemd door het Fonds, een andere door de betrokken deelnemer of voormalige deelnemer en beide partijen benoemen de derde scheidsman, die optreedt als Voorzitter. Indien binnen 45 dagen na de ontvangst van het verzoek om arbitrage een der partijen geen scheidsman heeft benoemd of indien binnen 30 dagen na de benoeming van twee scheidsmannen de derde scheidsman niet is benoemd, kan een der partijen de President van het Internationale Gerechtshof, of een andere autoriteit die daarvoor bij een door de Raad van Bestuur aangenomen regeling aangewezen is, verzoeken een scheidsman te benoemen. De scheidsrechterlijke procedure wordt vastgesteld door de scheidsmannen, doch de derde scheidsman heeft de volledige bevoegdheid alle vraagstukken de procedure betreffende te regelen indien ter zake daarvan onenigheid tussen partijen mocht bestaan. Een gewone meerderheid van stemmen van de scheidsmannen is voldoende om een beslissing te nemen, die voor partijen definitief en bindend is.
HOOFDSTUK X
Artikel 53
Arbitrage
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van het Afrikaanse Ontwikkelingsfonds· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 30 juni 1973