Het Fonds aanvaardt elk deel van de bijdage van een deelnemer dat krachtens de artikelen 5, 6 of 7 of krachtens artikel 13 door de deelnemer moet worden betaald en dat het Fonds niet nodig heeft bij zijn werkzaamheden, in de vorm van promessen, kredietbrieven of soortgelijke schuldbrieven uitgegeven door de deelnemer of de eventuele bewaarinstelling, aangewezen door de deelnemer krachtens artikel 33. Zodanige promessen of andere schuldbrieven zijn niet verhandelbaar, niet rentedragend en op verzoek tegen pari-waarde betaalbaar op de rekening van het Fonds bij de aangewezen bewaarinstelling, of indien er geen bewaar instelling is aangewezen, volgens aanwijzingen van het Fonds. Ongeacht de uitgifte of aanvaarding van een zodanige promesse, kredietbrief of andere schuldbrief, blijft de verplichting van de deelnemer krachtens de artikelen 5, 6 of 7 en artikel 13 bestaan. Gelden in het bezit van het Fonds op grond van bijdragen van deelnemers die geen gebruik maken van de bepalingen van dit artikel kunnen door het Fonds ter bewaring worden gesteld of belegd ter verwerving van inkomen ten einde zijn administratieve en andere uitgaven te helpen bestrijden. Voor zover over een redelijke termijn uitvoerbaar neemt het Fonds op basis van evenredigheid gelden op van alle ontvangen bijdragen ter financiering van zijn uitgaven, ongeacht de vorm waarin zodanige bijdragen zijn geleverd.
HOOFDSTUK III
Artikel 9
Betaling der bijdragen
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van het Afrikaanse Ontwikkelingsfonds· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 30 juni 1973