Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 13

De handhaving van de waarde van het valutabezit

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van het Afrikaanse Ontwikkelingsfonds· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 30 juni 1973

(1). Steeds wanneer de pariteit in het Internationale Monetaire Fonds van de valuta van een deelnemende Staat wordt verminderd in verhouding tot de rekeneenheid, of zijn wisselkoers naar de mening van het Fonds in aanmerkelijke mate is gedeprecieerd binnen het grondgebied van die deelnemer, betaalt die deelnemer het Fonds binnen een redelijke termijn een bedrag van zijn valuta vereist om de waarde te handhaven, berekend naar het tijdstip van inschrijving, van het bedrag aan valuta dat in het Fonds was gestort door die deelnemer krachtens artikel 6 en krachtens de bepalingen van dit lid, ongeacht of deze valuta wordt gehouden in de vorm van promessen, kredietbrieven of andere schuldbrieven aanvaard krachtens artikel 9 met dien verstande dat het voorgaande alleen van toepassing is indien en voor zover deze valuta niet voor de eerste maal is uitbetaald of omgewisseld in een andere valuta. (2). Wanneer de pariteit van de valuta van een deelnemende Staat wordt verhoogd in verhouding tot de rekeneenheid of wanneer zijn wisselkoers naar de mening van het Fonds in aanmerkelijke mate is gestegen binnen het grondgebied van die deelnemer, betaalt het Fonds binnen een redelijke tijd aan die deelnemer een bedrag terug van die valuta gelijk aan de waardevermeerdering van het bedrag van deze valuta waarop het bepaalde in het eerste lid van toepassing is. (3). Het Fonds kan van de toepassing van het bepaalde in dit artikel afzien of dit niet van toepassing verklaren wanneer eenvormige verandering in de pariteit van de valuta’s van alle deelnemende Staten door het Internationale Monetaire Fonds tot stand wordt gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel