Naar hoofdinhoud
1. Bij het nakomen van zijn verplichting tot exploiteren, beheren en onderhouden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, zal het Polderdistrict het grondplan in acht nemen, alsmede de voorschriften die het Deichverband en het Polderdistrict terstond na het sluiten van deze Overeenkomst in onderlinge overeenstemming opstellen en waarin in het bijzonder ook de aan te houden waterstanden worden vastgelegd. 2. Over het bestaan van de noodzaak tot uitbreidingen of verbeteringen als bedoeld in het eerste lid van artikel 1, dienen het Deichverband en het Polderdistrict vooraf tot overeenstemming te komen. De uitvoering dient te geschieden volgens plannen, welke door beide partijen gezamenlijk worden opgesteld; de voorschriften van ieders nationale recht blijven overigens onverlet. Een dergelijk plan maakt, na uitvoering daarvan, deel uit van deze overeenkomst. 3. De Oberdeichinspektor te Düsseldorf en de Directeur-Hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat van Gelderland hebben het recht de verbeteringswerken te inspecteren. Het vijfde lid van artikel 3 vindt overeenkomstige toepassing. 4. De voorschriften en plannen als bedoeld in het eerste en tweede lid alsmede mogelijke toekomstige wijzigingen behoeven slechts de goedkeuring van de Regierungspräsident te Düsseldorf en van Gedeputeerde Staten van Gelderland te Arnhem.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel