Naar hoofdinhoud
1. Voor het begin van elk rekeningsjaar (kalenderjaar) maakt het Polderdistrict een begroting op, waarin met voorafgaande toestemming van het Deichverband de verwachte inkomsten en uitgaven, met de uitvoering van deze Overeenkomst in verband staande, en het dienovereenkomstig door het Deichverband te dragen aandeel in de kosten afzonderlijk geraamd worden. De uitgaven dienen binnen de voormelde begroting te blijven. 2. Uitgaven, waarin in de begroting niet, of tot een lager bedrag, is voorzien behoeven de voorafgaande toestemming van het Deichverband; indien verhoging van de bemalingskosten noodzakelijk is, doch de omstandigheden bijzonder snel optreden vereisen, is de voorafgaande toestemming van de Deichgraf van het Deichverband voldoende. 3. Vóór 30 juni van elk jaar legt het polderdistrict het Deichverband een afrekening voor van alle inkomsten en uitgaven van het verstreken rekeningsjaar. 4. Het Deichverband heeft het recht met twee vertegenwoordigers aan alle vergaderingen van het gecombineerd college of van het dagelijks bestuur van het Polderdistrict, alsmede aan alle schouwen deel te nemen, voor zover de vergaderingen of schouwen betrekking hebben op de in deze Overeenkomst geregelde aangelegenheden (vgl. artikel 1). Het Polderdistrict dient het Deichverband tijdig daartoe uit te nodigen. Het bepaalde in de beide eerste volzinnen geldt op overeenkomstige wijze voor de Oberdeichinspektor persoonlijk. 5. De wettige vertegenwoordiger van het Deichverband of de door hem hiertoe aangewezen personen hebben het recht, zich te allen tijde op de hoogte te stellen van de toestand van het gemaal alsmede van de exploitatie, het beheer en het onderhoud daarvan; zij hebben het recht om inzage te nemen van alle bescheiden van het Polderdistrict die betrekking hebben op deze overeenkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel