Niets in dit Verdrag mag worden uitgelegd ten voordele of ten nadele van de positie van enige Verdragspartij met betrekking tot bestaande internationale verdragen, met inbegrip van het Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone van 1958, of met betrekking tot rechten of aanspraken welke die Verdragspartij kan doen gelden, of met betrekking tot de erkenning of niet-erkenning van rechten of aanspraken van enige andere Staat, ten aanzien van de wateren voor zijn kust, met inbegrip o.a. van territoriale zeeën en aansluitende zones, of ten aanzien van de zeebedding en de oceaanbodem, met inbegrip van het continentale plat.
Artikel IV
Artikel IV
Onderdeel van Verdrag tot verbod van de plaatsing van kernwapens en andere wapens voor massale vernietiging op de zeebedding en de oceaanbodem en in de ondergrond daarvan· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 14 januari 1976