Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 9

De Raad voor industriële ontwikkeling

Onderdeel van Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 21 juni 1985

1. De Raad bestaat uit 53 Leden van de Organisatie die door de Vergadering zijn gekozen, waarbij het beginsel van rechtvaardige geografische spreiding in acht dient te worden genomen. Bij de verkiezing van de leden van de Raad dient de Vergadering zich te houden aan de volgende zetelverdeling: 33 leden van de Raad dienen te worden gekozen uit de Staten, genoemd in de Delen A en C, 15 uit de Staten, genoemd in Deel B, en 5 uit de Staten, genoemd in Deel D van Aanhangsel I van dit Statuut. 2. De leden van de Raad vervullen hun ambt vanaf de sluiting van de gewone zitting van de Vergadering waarbij zij gekozen zijn tot aan de sluiting van de gewone zitting van de Vergadering vier jaar later, met dien verstande dat van de leden die bij de eerste zitting worden gekozen en hun ambt vervullen vanaf die verkiezing, de helft dat ambt slechts vervult tot aan de sluiting van de gewone zitting twee jaar later. De leden van de Raad zijn herkiesbaar. 3. De Raad houdt ten minste éénmaal per jaar op een zelf te bepalen tijdstip een gewone zitting. Bijzondere zittingen worden op verzoek van een meerderheid van alle leden van de Raad door de Directeur-Generaal bijeengeroepen. De zittingen worden gehouden in de plaats waar de Organisatie zetelt, tenzij de Raad anders bepaalt. 4. Naast andere functies die in dit Statuut zijn omschreven of door de Vergadering zijn gedelegeerd, dient de Raad: handelend op gezag van de Vergadering, de uitvoering van het goedgekeurde werkprogramma en van de desbetreffende gewone en operationele begrotingen alsmede van andere besluiten van de Vergadering op de voet te volgen; de Vergadering aanbevelingen te doen omtrent een verdeelsleutel voor de bijdragen voor uitgaven ingevolge de gewone begroting; bij elke gewone zitting van de Vergadering verslag uit te brengen over de werkzaamheden van de Raad; de Leden te verzoeken informatie te verstrekken omtrent hun werkzaamheden die verband houden met het werk van de Organisatie; overeenkomstig de besluiten van de Vergadering en rekening houdend met omstandigheden die zich tussen zittingen van de Raad of van de Vergadering kunnen voordoen, de Directeur-Generaal te machtigen die maatregelen te nemen die de Raad nodig acht om het hoofd te bieden aan onvoorziene gebeurtenissen, met inachtneming van de functies en financiële middelen van de Organisatie; indien het ambt van Directeur-Generaal tussen zittingen van de Vergadering vacant wordt een plaatsvervangend Directeur-Generaal te benoemen, die tot de volgende gewone of bijzondere zitting van de Vergadering in functie blijft; de voorlopige agenda voor de Vergadering op te stellen; die andere functies op zich te nemen die nodig kunnen zijn om de doelstellingen van de Organisatie te verwezenlijken, met inachtneming van de in dit Statuut neergelegde beperkingen. 5. De Raad stelt zijn eigen huishoudelijke reglement vast. 6. Elk lid van de Raad heeft één stem. Besluiten worden genomen met een meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen, tenzij in het Statuut of het huishoudelijk reglement van de Raad anders is bepaald. 7. De Raad nodigt elk Lid dat niet in de Raad is vertegenwoordigd uit zonder stemrecht deel te nemen aan zijn besprekingen betreffende zaken die voor dat Lid van bijzonder belang zijn.

Rechtspraak bij dit artikel